Toen wij onze kinderen niet lieten dopen, had mijn moeder daar grote moeite mee. Wat nu als er iets met hen gebeurde? Ik kon haar niet geruststellen, maar we konden toch moeilijk aan haar wens tegemoet komen. Wat dan daarna? We konden onze kinderen niet in geloof voorleven.
Met enige regelmaat kwam het onderwerp terug. Het was toch maar makkelijk als je nergens in geloofde. Dan kon je zo maar doen wat je wilde. Discussies waren zinloos. Daar was het onderwerp niet naar. Mijn moeder wilde er niet aan dat het helemaal niet zo makkelijk is, als je zelf je normen en regels moet bepalen, als niemand je vertelt wat je moet geloven en wat je moet doen. En dat idee schreef ik toen toe aan de generatie voor mij, aan mensen als mijn moeder die een product waren van het Rijke Roomsche Leven
Maar zo is het niet. We kijken een generatie of anderhalf verder. Mevrouw Tineke Huizinga, Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie, is streng gelovig en leeft in de hoop dat haar kinderen haar daarin zullen navolgen als ze volwassen zijn. Daar is niets mis mee, dat hoopt elke ouder die het beste met zijn of haar kinderen voor heeft. Ik heb ook geen probleem met haar geloof. Maar zij heeft het kennelijk wel met het mijne, of liever gezegd mijn gebrek daaraan. Mevrouw Huizinga zegt in een gesprek met De Volkskrant van al weer ruim een week geleden, dat wie niet gelooft in God er geen enkele voorstelling van goed of slecht op na kan houden. Ze zegt dat niet letterlijk, maar het komt er wel op neer. Als ze niet geloofde was de basis uit haar leven weg, zegt ze, en ja, dan ben je los, toch? Dan zoek je op je achttiende een rijke oude kerel en meer ambities heb je dan niet.
Wat denkt ze wel, die mevrouw Huizinga? Denkt ze dat wie niet volgens de voorgeschreven regels van het Christendom leeft er geen basis op na kan houden? Denkt ze dat wie niet ‘gelooft’ maar raak doet? Waaruit denkt mevrouw Huizinga dat het Christendom is voortgekomen? Juist, het is een antwoord op levensvragen, net als de Islam, het Joodse geloof, het Hindoeïsme, het Boeddhisme en een scala aan natuurgodsdiensten in donker Afrika en de rest van de wereld. En denkt mevrouw Huizinga nou echt dat mensen die niet in het Christendom, de Islam of een andere uitgewerkte religie geloven, nooit over die levensvragen nadenken? Denkt mevrouw Huizinga dat ongelovigen niet om zich heen kijken en dus niet zien dat ze niet de enige zijn? Denkt mevrouw Huizinga dat wie niet gelooft alleen maar voor zichzelf leeft en verder niks?
Ja hoor, die zijn er wel, mensen die alleen maar voor zichzelf leven. Maar mensen die toch alleen maar doen wat ze willen en verder niks zijn er ook onder hen die zich Christen noemen (of Moslim en of lid van noem maar op welke groepering dan ook). Mevrouw Huizinga en alle anderen die net zo denken als zij, heeft een groot bord voor de kop. Misschien was het wel goed voor mevrouw Huizinga geweest als die basis ooit onder haar leven weggeslagen zou zijn, al was het maar tijdelijk geweest. Dan had ze het misschien geweten. ‘Ongelovigen hebben weldegelijk een moraal, een idee over goed en kwaad, een patroon van normen en waarden of hoe je het maar noemen wilt.
Wat denkt ze wel!!
Meneer Nanos, en zo vanzelf ook Nanos, is een zonnewijzer rijker. De aanwinst staat nu even op een kastje in de hal. Maar hij gaat een mooi plaatsje krijgen in de tuin op de meegeleverde loodzware betonnen sokkel. Het is een cadeau dat we rijker werden omdat meneer Nanos als gevolg van het stijgen der jaren een werkkring armer gaat worden, een soort uitwisseling dus.
Toen we hier kwamen wonen was alles rood. Dat wil zeggen: Het verfwerk van alle huizen in de straat was rood. Twee kleuren rood waren het, zeg maar helder rood en bordeauxrood. Wij vonden dat wel leuk.