Voorjaar?

Ik heb maar weer het rooster op ons minivijvertje gelegd, tot na de eendenbroedtijd. Er liep een eend door de tuin. Dat mag wel, maar uit dat watertje moeten ze wegblijven.
Eén eend kan al een eendenplaag zijn als die al haar vrije tijd doorbrengt met het doorploegen van wat er op de bodem van het vijvertje ligt. Het wordt dan één grote vieze bruinzwarte soep. Dat willen we niet meer, want we daar hebben we dan het hele verdere seizoen last van. Nog geen honderd meter verder is vijver genoeg.

Er zijn nog vetbollen over en de vogelzaadvoorraad is ook niet op. Dat heb je na die zachtste winter aller tijden. Maar er kan nog best wat wits vallen. Weet je nog wat er twee jaar geleden begin maart viel??

kiezen

Er zat een verhaaltje bij mijn e-mail. Misschien is het niet nieuw, voor mij was het dat wel. Het is in elk geval actueel:

Wouter Bos komt bij de hemelpoort.
Petrus schrikt zich een hoedje want zo vaak ontmoet hij daar geen hoge politici. Hij weet niet zo goed wat hij met hem aan moet. Bos geeft aan dat zijn plaats toch echt in de hemel is, maar volgens de regels moet Bos vóór hij mag kiezen één dag in de hel én één dag in de hemel zijn. Petrus leidt hem naar de lift en zet hem eerst bij de deur van de hel af. De deur gaat open en Bos stapt binnen bij de mooiste zee, die hij ooit zag! Hij kan er heerlijk diepzeeduiken. Bij de zee ontmoet hij bijzonder gelukkig ogende oude vrienden. Ze schudden elkaar handen en praten volop over de goede oude tijden waarin ze beroemd en rijk werden. Vervolgens gaan ze samen duiken. Na afloop genieten ze van een diner met kreeft, kaviaar en champagne. De duivel is ook aanwezig en blijkt een bijzonder aangename man die grapjes maakt. Al met al is het zo’n heerlijke bijeenkomst dat de dag om is voor Wouter het in de gaten heeft. Zijn vrienden zwaaien hem uit als hij terug de lift in gaat.

Als de lift stopt en weer open gaat, bevindt Wouter zich in de hemel.
In de 24 uur die volgen zweeft hij tevreden van wolk tot wolk. Er wordt op de harp gespeeld en gezongen en Bos zingt graag mee en heeft het aardig naar zijn zin.
Als hij weer voor Petrus staat vraagt die hem of hij een keuze heeft kunnen maken. Bos denkt even rustig na en zegt: “Ik zou het nooit gedacht hebben hoor, en ik moet zeggen dat de hemel heerlijk was. Maar ik denk dat mijn plaats toch in de hel is bij mijn oude vrienden.” Petrus begeleidt hem in de lift naar beneden en de deur gaat open. Daar duiken zijn vrienden weer, nu in een vervuilde zee. Er is geen vis te bekennen, geen koraal te zien. En zijn vrienden hebben de zuurstof bijna op. Ze hebben te veel lood om zich heen om naar boven te komen. Ze zitten vast in de vangnetten. Ze kunnen geen kant op.

De duivel komt naar hem toe en slaat een arm om hem heen.
“Ik snap er niets meer van’, stamelt Bos. ‘Gisteren was hier een prachtige racebaan en aten we kreeft en kaviaar. We dansten en hadden een heerlijke dag! Wat is er gebeurd?”

De duivel kijkt hem aan, glimlacht en zegt:
“Gisteren was het nog verkiezingstijd. Vandaag heb je gekozen.”

de kapper

schaarIn mijn woonplaats gaat zich een vijftiende kapper vestigen. Er overleven er al veertien, en dan zullen er nog wel de nodige thuiskappers zijn. Dat zijn er heel veel voor een plaats met nog geen negentienduizend inwoners.
Ik kom bij geen van al die kappers over de vloer. Ik ga een dorp verder. Ik ben er altijd snel weer weg en hoef geen extra dingen als aparte shampoo of verstevigers. Het is wassen, knippen, drogen, wegwezen. Nou ja, eerst betalen natuurlijk. Eenentwintig euro kost het tegenwoordig en dat schijnt niet duur te zijn.
Ik heb daar wel eens opgemerkt dat klanten als ik niet aantrekkelijk zijn, maar dat zag de kapper toch anders. Ik bezet bijvoorbeeld geen stoel voor een half uur om te wachten tot het kleurtje er voldoende in zit.
Er wordt lekker efficiënt gewerkt. Vaak ben ik bijna gelijk na binnenkomst aan de beurt. Ik kom doorgaans niet eens aan de leesportefeuille toe. Als ik daar wel aan toe kom, zie ik mooie tuinglossies liggen tussen het gewone spul. Ik ben geen tuinier, maar het doorkijken van die dingen is best even leuk. Er liggen ook mooie Engelse binnenhuisbladen. En ik heb een keer of twee de Autoweek ertussenuit geplukt om te kijken of de column van mijn dochter er die week in stond.
De bekenden van wie ik weet naar welke kapper ze gaan, komen allemaal daar. Dat weet ik deels doordat ik ze er wel eens tegenkom, en het komt natuurlijk door de mond-op-mondreclame. Het zijn er eigenlijk nog best wel veel uit een toch klein kringetje. Het zal er toch op neer moeten komen dat alle mensen uit andere kringetjes naar een van onze veertien dorpskappers gaan.

hm…

Gisteren aten we in een wokrestaurant. Dat was zo lekker dat we na afloop dachten vandaag geen behoefte te hebben aan eten…
Maar dat valt dan tegen.
Of mee, wat je maar wilt.
Dat ligt er aan om wie het gaat, natuurlijk.
We gingen er vandaag weer gewoon tegenaan.

Daarom!

klik voor de rest van de strip
Waarom …… kun je op veel vragen (of vragen in de vorm van een stelling , zoals hier) maar beter geen antwoord geven? Het gaat op voor heel wat soorten vragen en wordt leuk verbeeld in deze aflevering van ‘S1ngle’, een strip die dagelijks in ‘de Gelderlander’ staat.

Want zeg nou zelf: Bij volmondig toegeven, wat niet van je verwacht wordt, gelooft men je niet echt.
‘Wát !! En je geeft het nog toe ook??!!’
En bij ontkenning…….
Kijk maar even verder naar de hele strip.

privacy

Ruim honderd jaar geleden werd bij het openen van een graf bij de abdijkerk in Thorn een gemummificeerd lijk uit de zeventiende eeuw gevonden. Sindsdien wordt de mummie in de Abdijkerk bewaard. Nu wordt er wetenschappelijk onderzoek gedaan op de mummie. Met een CT-scan en röntgentechnieken proberen wetenschappers meer te weten te komen over de man, die waarschijnlijk geestelijke was.
De deken (= RK-geestelijke) van Thorn heeft gemengde gevoelens over dit onderzoek. Hij staat er achter, maar verklaart zichtbaar aangedaan dat het hier wel om het lichaam van een overledene gaat, en dat de privacy van die persoon niet geschonden mag worden door allerlei resultaten zo maar bekend te maken. Met een dode moet je respectvol om gaan, vindt hij.
En dat vind ik ook.
Inmiddels wordt de Abdijkerk heringericht. Er komt een glazen sarcofaag te staan met klimaatbeheersing. Daarin wordt de mummie straks opgebaard.
Als het om privacy gaat, vind ik dat wetenschappelijk onderzoek geen enkel probleem. Het kan heel zinnig zijn te weten hoe oud deze man was, iets te achterhalen over ziektegeschiedenis of doodsoorzaak en meer van dat soort dingen en eventueel, maar echt nodig is dat niet, te kunnen achterhalen wie hij was.
Dat tentoonstellen in een glazenkastje, dát kan voor mij eigenlijk niet Dat vind ik veel grotere inbreuk op privacy.

een mens zit vreemd in elkaar

Van de week had ik het al over een prominent aanwezig liedje, dat niet weg te denken is. Er zit er altijd wel eentje in mijn hoofd. Soms weet ik hoe het er in gekomen is, dan was het een uurtje daarvoor op de radio. Vaak heb ik geen idee. Waarom dát nou, op dát moment? Dan kwam het zo maar uit de lucht vallen.
Als ik alleen thuis ben, komt het er ook regelmatig uit. Ik loop naar de keuken om mijn koffiebeker weg te zetten, en ineens galm ik: ‘Amsterdam huilt, waar het eens heeft gelachen’, compleet met uithaal en snik. Hoe kom ik daar nou weer aan?
Terwijl ik de garagedeur open, zing ik in mijn hoofd: ‘Tatata, tatata, staat een NSB’er.’ En dan denk ik: ‘Van wie was dat nou toch, dat muziekje?’ En dan bedoel ik niet het liedje, maar het muziekstuk. Ik dacht een Duitse componist, of was het een Pool, of een Oostenrijker? ’s Avonds zit het er nog, maar ik weet nog steeds niet van wie het is.
Het zijn ook niet eens ooit favoriete muziekjes. Het zijn vaak de vreselijkste dingen, hoewel ik als kind de tekst van ‘Me wiegie was een stijfselkissie‘ zeer aangrijpend vond en het enthousiast mee kon zingen. Ik denk dat ik toen de snik heb geoefend.
Van de week had ik de ‘Dancing Queen’ en vanmorgen ‘Papapapaaa…, papapapaaaa….. tatatata tatatata tatatata enzovoortenzovoort. Beethoven ja!

(Hier kun je het originele ‘stijfselkissie’ van Zwarte Riek beluisteren.
Rechtsboven op het vierkantje klikken.)

opgeruimd

Gisteren…

Een paar jaar geleden heb ik in een ijverige bui besloten de chaotische administratie hier eens te ordenen.
Ik besloot het niet alleen, ik heb het nog gedaan ook. Rekeningen, garantiebewijzen, aankoopbonnen, polissen, alles moest netjes in mappen. Op de polissen na is dat toen aardig gelukt. Die polissen moeten nog.
Er is toen ook heeeel veel weggedaan!!
Sindsdien, sinds die ordening dus, ben ik niet meer de enige die hier alles terug zou moeten kunnen vinden. want natuurlijk heb ik altijd geweten waar ongeveer in welke stapel het gezochte zich moest bevinden.

Hoe gaat het nu met het bijhouden?
Niet zoals het zou moeten natuurlijk. Als iets betaald is of anderszins opgeruimd kan, stop ik het in een plastic mapje, alles weer gewoon door elkaar. Dat wordt dan in de loop van de tijd weer een aardig stapeltje. Het was nu zelfs een flinke stapel. Maar alles lag wel op volgorde, gelukkig. En zo was een uur genoeg om het hele zaakje weer netjes in de mappen te krijgen. Nu het uitzoeken van die polissen nog….
Het overgrote deel zal wel verlopen zijn….

En nu?
Vandaag ging ik verder met de klus.

Ziektekostendeclaraties uit 1994 en zelfs iets uit 1989, dat kon allemaal weg. Al die verzekeringsdingen lagen er nog van jaaaaren, de polissen vaak in de enveloppe waarin we ze elk jaar toegestuurd krijgen. Ik was uren zoet met opruimen. Er werd rigoureus gesnoeid, wat weg kan moet weg. Er ligt een grote stapel oud papier en de shredder is twee keer tot aan zijn nek en flink aangestampt vol geweest. Ik ga nu die mappen uitmesten. Van wat in vorige jaren is opgeruimd kan nu vast weer het een en ander weg. (Denk ik, hoop ik…, is het plan). Ach, het ergste heb ik wel gehad. en zo erg als het nu was, kan het nooit meer worden!
Je begrijpt vast dat ik dik tevreden ben met mezelf.

kwispedoor

kwis·pe·door (het, de ~ (m.), ~s/-doren)
1 bakje om in te spuwen => spuwbakje

bierkrug.jpgMijn aan astmatische bronchitis lijdende opa gebruikte er een bierpul met tinnen deksel voor. Rob noemde het woord gisteren en zadelde me voor de rest van de dag op met een walsje op de prachtige tekst:

‘Kleine Jantje
stak zijn handje
in zijn vaders kwispedoor.
En hij likte
en hij slikte
al die lekkere glibbertjes door.’

Mijn vader kon het met grote overgave ten gehore brengen, tot grote ergernis van mijn moeder.
Dat zing je niet (waar je kinderen bij zijn ;-) )!

Heel fijn, Rob! Ik kreeg het niet meer uit mijn hoofd.