Het is afgelegen en je moet ook nog wat klimmen om op deze plek te komen, maar het is de moeite waard. Hier staan we op het allerzuidelijkste stukje Noorwegen. Het uitzicht is adembenemend, naar welke kant je ook kijkt. Het is stralend weer, maar wel koud zo hoog op de rotsen.

We zijn in Lindesnes. Hier eindigt de Noordzee en begint het Skagerak. Hier staat Lindesnes Fyr, een gietijzeren vuurtoren uit 1915.
Je mag erin om over een smalle rode ijzeren trap naar boven te klimmen. Binnen heb je dan goed zicht op de draaiende lamp met de sterke lenzen. En dan kom je op de omloop waar de wind vrij spel heeft. Gelukkig hebben we onze jassen aan.
De behoefte om deze plek te markeren voor het scheepvaartverkeer was er eeuwen geleden al. Er werd een poging gedaan rond 1655, maar allerlei tegenslag maakte die tot een mislukking.
Vanaf 1725 werd er hier een vuur gestookt, en ook in het nabijgelegen Markoy om met dit dubbele vuur deze kust te onderscheiden van de Deense waar bij Skagen één vuur gestookt werd. Er was een kolenvuur in de open lucht. Bij slecht weer was het vuur moeilijk aan te houden en daarom werd het in 1822 overdekt. Deze oude toren staat er nog.

In 1854 zette men er een sterke vijfpits olielamp op met een roterende lens.
Die werd in 1915 verplaatst naar de nieuwe gietijzeren toren. Inmiddels is die oude lamp al lang niet meer in gebruik en is de toren voorzien van moderne electrische apparatuur.
Bij de toren hoort een klein museum, gevestigd in het vroegere vuurtorenwachtershuis. Het gaat over de ontwikkeling van vuurtorens, vooral die van Lindesnes.
Er zijn oude zeekaarten te zien, natuurlijke ook Nederlandse, en een wandkaart met lampjes toont hoe het aantal vuurtorens langs de Noord-Europese kust vanaf de zeventiende eeuw is toegenomen.
Lindesnes Fyrmuseum