Zó!

We gaan het afdwingen!
Vandaag koop ik een nieuwe regenmeter.
Het kán niet missen. Sinds die van ons naar zijn mallemoer is, dus sinds er hier niets wordt gemeten, is de hoeveelheid regen die valt ruimschoots het meten waard.
Dus als we straks een nieuwe hebben …
Snap je?

Wie weet waar? -9-

Nanos’ toeristische zomerquiz -9-

Wie weet waar dit gedicht op een muur staat?
(plaatsnaam)

Winterswijk

Het gedicht staat in ‘s Hertogenbosch op de zijmuur van het pand van makelaar Rots-Vast op de hoek Vughterstraat/Kuipertjeswal .
Rozerood wist het.



Hall of Fame

Wie weet waar -1- : Wieneke
Wie weet waar -2- : Rozerood
Wie weet waar -3- : Marnix
Wie weet waar -4- : PeterS
Wie weet waar -5- : Xiwel
Wie weet waar -6- : Rozerood
Wie weet waar -7- : Marnix
Wie weet waar -8- : Xiwel
Wie weet waar -9- : Rozerood

komkommertijd

Waar komt het woord komkommertijd vandaan?*

Komkommertijd is een aanduiding voor de rustige zomerperiode, waarin weinig nieuws en weinig handel is. Het woord wordt tegenwoordig vooral gebezigd in de media, die er bovendien inhoud aan geven door berichten te brengen die buiten de komkommertijd geen nieuwswaarde zouden hebben. Het komkommerseizoen was voorheen altijd in de zomer – voor de kwekers een drukke tijd, maar in veel andere vakgebieden was er dan juist niets te doen. Omdat die seizoenen samenvielen, werd komkommertijd meer en meer geassocieerd met het gebrek aan nieuws en activiteiten.

Waar het woord komkommertijd precies vandaan komt, is niet helemaal zeker. Sommigen zeggen dat het een leenvertaling is van het Engelse cucumber time, dat vroeger in de zomermaanden door kleermakers werd gebruikt. Maar dat is later vervangen door het inmiddels ook weer verdwenen taylor’s holiday, en niemand kent nog het woord cucumber time. In het Nederlands wordt het sinds de negentiende eeuw gebruikt; zo had Multatuli het al over “in ‘t hartje van den komkommertyd”.

Varianten van komkommertijd komen in diverse andere talen voor, zoals het Noors en het Duits (Sauregurkenzeit, ‘zurebommentijd’). Vrijwel iedere taal heeft wel een woord voor deze karige zomertijd: la morte-saison (Frans), the dull season, the silly season (Engels) en zelfs the big gooseberry time (‘kruisbessenseizoen’, Amerikaans). In het Zweeds (nyhetstorka, ‘nieuwsdroogte’) en het Duits (Sommerloch, ‘zomergat’) bestaan woorden die zelf al een duidelijk negatieve lading hebben.

*
‘Gespiekt, Nanos?’
‘Ja, klopt! Dit is geen eigen stuk. Dit vond ik vorig jaar of misschien nog wel langer geleden en ik heb het bewaard.’
klikDe informatie komt van deze website.

pruimentijd -4-

Je hoort het af en toe nog zeggen: “Tot ziens in de pruimentijd.”
Maar wat betekent die uitdrukking nou?
Ik heb het eens nagevraagd bij een aantal mensen.
Iedereen kende de uitdrukking.
De uitleg van de betekenis was niet eensluidend, maar ook niet al te verschillend.
Maar waar komt de zegswijze vandaan?

P.C.Hooft trok in de zomer elk jaar naar het Muiderslot om de hitte van de benauwde stad te ontlopen. De familie Hooft organiseerde in het slot en in de tuin feesten voor de intelligentsia van die tijd, die wij nog kennen onder de naam Muiderkring. Aan het einde van de zomer verhuisde Hooft terug naar Amsterdam waarbij hij tijdens het laatste feest de afspraak maakte elkaar de volgende zomer opnieuw in de tuin te treffen. Hier is een uitdrukking ontstaan verwijzend naar de vele pruimenbomen die in de tuin van het Muiderslot stonden. De uitdrukking staat voor ‘tot ziens’ of zoiets.

De historische pruimenboomgaard bij het Muiderslot is de laatste jaren gerestaureerd. Er zijn 65 fruitbomen geplant, bestaande uit 18 verschillende soorten `oude’ pruimenrassen. De pruimenbongerd wordt omsloten door een historische perensingel, bestaande uit 25 leibomen met 5 verschillende historische peersoorten.

pruimentijd -3-

Ik zie ze weer overal in de Betuwe: de stalletjes langs de weg met de zakken pruimen. De borden met ‘kersen te koop’ zijn verruild voor die met ‘pruimen te koop’.






•Er zijn circa duizend verschillende soorten pruimen!

• Een pruimenboom kan wel 30 jaar vrucht dragen.

• Pruimen kun je 2 dagen laten narijpen in een bruine papieren zak.
Ze worden niet zoeter, wel zachter.

• Niet alle pruimensoorten komen tegelijk op de markt.

• Aan de kleur kun je niet zien of een pruim rijp is, dat kun je alleen voelen: hij moet zacht zijn maar niet week aanvoelen!

• De oer-pruim komt naar alle waarschijnlijkheid uit het gebied
rond de Kaspische Zee.

• Pruimen bevatten veel water, maar ook veel vitamine C,
en per 100 gram ook 42 g suiker….

• Pruimen zijn verre verwanten van de roos

• Een pruimedant is een gedroogde blauwe pruim.

• En voor alle duidelijkheid: een zuurpruim is geen pruim.

pruimentijd -1-

DE PRUIMEBOOM

Ene vertelling

JANTJE zag eens pruimen hangen,
o! als eieren zo groot,
‘t Scheen, dat JANTJE woû gaan plukken,
schoon zijn vader ‘t hem verbood.
Hier is, zei hij, noch mijn vader,
noch de tuiman, die het ziet:
Aan een boom, zo vol geladen,
mist men vijf zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen
en niet plukken: ik loop heen.
Zou ik, om een handvol pruimen,
ongehoorzaam wezen? Neen.
Voort ging JANTJE: maar zijn vader,
die hem stil beluisterd had,
Kwam hem in het lopen tegen
voor aan op het middelpad.
Kom, mijn JANTJE, zei de vader,
kom, mijn kleine hartedief!
Nu zal ik u pruimen plukken;
nu heeft vader JANTJE lief.
Daarop ging Papa aan ‘t schudden,
JANTJE raapte schielijk op;
JANTJE kreeg zjn hoed vol pruimen
en liep heen op een galop.

Hieronymus van Alphen (1746-1803)

leuk, leuker, het leukst

Er kwam een moment dat ik er aan mee ging doen. Ik vond iets niet meer gewoon ‘leuk’, maar ‘erg leuk’, ‘heel erg leuk’ of ‘hartstikke leuk’. Ik had het verwijt gekregen dat ik te mat was, dat ik niet enthousiast genoeg reageerde op sommige dingen. Ik moest wel, want mijn soms toch al te kritische houding hoefde niet de dingen die ik leuk vond en die me mogelijk leken te beïnvloeden.

Dat was mijn makke, ik was te nuchter, te kritisch daardoor. Mijn leeftijdgenoten liepen warm voor iets. We waren vijftien en dan kan dat gebeuren. Elke volwassene zag dat het niet mogelijk was het plan tot uitvoering te brengen, maar hield wijselijk de mond dicht. We zouden het vanzelf wel merken. Ik zag de onmogelijkheid ook en wist nog niet dat zwijgen beter was, ik zei het en dan was ik ‘negatief’. Ik had nog wel wat alternatieven, maar die werden dan al niet meer gehoord. Ik was veroordeeld. Ik heb toen wat geleden onder die vermeende negativiteit.
Later werd ik handiger. Ik begon niet met te zeggen dat het niet kon en gaf dán als ik de kans nog kreeg eventuele alternatieven. Ik draaide het om. Want als je negatief begint, luistert men niet meer. Dan is het oordeel geveld. Ik zei voortaan eerst dat het me leuk leek en ging daar nog even op door, en dan kwam ik pas met het ‘maar’ en de mogelijke onmogelijkheden in het plan én met de alternatieven. Het is een kwestie van verpakken, maar het werkte wel. Er kwam een moment dat me in een vroeg stadium gevráagd werd wat ik er van vond, maar toen waren we al jaren verder.

Toch is het vreemd. We leerden op school dat het niet kón, iets ‘erg leuk’ vinden, of zelfs ‘vreselijk leuk’. Vreselijk is een negatief woord en kon niet gecombineerd worden met een positief woord. Dat leek me wel te kloppen en ik deed niet mee aan vreselijk leuk. Maar taal ontwikkelt zich. Het negatieve bedoelt hier het positieve te versterken. Er kwam dus dat moment dat ik er soms, heel af en toe, bij hoge uitzondering dus, maar aan mee ging doen. Maar nog steeds snap ik niet waarom iets niet leuk genoeg is als het gewoon leuk is.