Het beleg dat voor Leiden zulke ernstige gevolgen had, had heel anders kunnen lopen als het stadsbestuur de stad beter had voorbereid.
Er was al een eerder beleg geweest van oktober 1573 tot maart 1574. Toen het tweede beleg begon, eind mei 1574, waren er geen nieuwe voedselvoorraden aangelegd en de stad was slecht bewapend. Daardoor was het tweede beleg veel zwaarder dan het eerste. Tijdens het beleg brak tot overmaat van ramp een pestepidemie uit.
Ondanks dit alles droeg de bevolking het stadsbestuur op handen.
Op dit schilderij van Mattheus van Bree (1773-1839) wordt dit uitgebeeld.
* datering: 1816-1817
* materiaal: olieverf op doek
* afmeting: 430 x 574 cm

Het schilderij hangt in het Stedelijk Museum De Lakenhal.
De website van het museum vermeldt onder meer het volgende:
De heldendaad van een burgemeester
In een gefantaseerd stadsbeeld met op de achtergrond een vrije uitbeelding van de Hooglandse Kerk staat burgemeester Pieter Adriaensz. van der Werf. Een van zijn heldendaden zou zijn hier afgebeelde zelfopoffering zijn: het aanbieden van zijn arm of lichaam als voedsel voor de hongerende bevolking. Merkwaardig genoeg komt dit relaas niet in de eerste verhalen over de periode van het beleg voor, maar pas enkele jaren later. Is het achteraf verzonnen om Van der Werf meer eer te gunnen?
Het verhaal sprak in ieder geval tot de verbeelding en in de 19de eeuw gold Van der Werf als een der meest voorbeeldige helden uit de vaderlandse geschiedenis. Men zag in hem de drijvende kracht achter het verzet van de Leidse bevolking. Hierbij kwam nog dat hij tijdens het beleg een gematigde houding had aangenomen bij de godsdienstige geschillen; daarom werd hij vooral graag uitgebeeld onder de regering van Willem I, koning over een protestants en een katholiek gebied.
Koning Willem I gaf in 1816 de Antwerpenaar Van Bree opdracht deze gebeurtenis uit te beelden. Dit resulteerde in het grootste schilderij dat De Lakenhal rijk is: het is bijna zes meter breed. Van Bree was een bekende historieschilder uit de romantische school, die menige opdracht van het Koninklijk Huis in de wacht sleepte. Zijn pathetische weergave van de gebeurtenis werd in die jaren volkomen gepast geacht voor een dergelijk edel en voorbeeldig onderwerp. Grootse verbeeldingen van historische steden waren eveneens zeer in trek. De fantasie van de kunstenaar speelde daarbij veelal, zoals ook hier, een grotere rol dan de historische werkelijkheid. Ook het stadswapen moet Van Bree slecht bekend zijn geweest, want hij beeldt de Leidse sleutels ondersteboven af!
Dat van die sleutels is op deze kleine afbeelding niet te zien.
De vrouw in het rood rechtsonder leunt tegen stadswapen, waarop hier de sleutels ondersteboven staan afgebeeld.
Op de website van het museum staat het schilderij heel in het klein, maar er staat een vergrootglas naast waarmee je telkens een deel kunt vergroten.
(klik op > collectie
> tik bij trefwoord ‘van bree’
> rechts komt één treffer.)




Pollenverwachting:



Artikelen (RSS)