dilemma

O, wat vind ik dit moeilijk. En wat is het soms moeilijk geen hekel aan mezelf te krijgen.
Punt is dat ik niets heb met honden, met katten ook niet trouwens, met geen enkel huisdier. Zal ik nog doorgaan? Ik maak geen vrienden met deze log, ben ik bang.

Eerst maar een bekentenis:

Ik loop niet over van vertedering als ik een nest jonge poesjes zie, ik raak niet in extase bij een hondje van drie weken. Nooit wilde ik er een in mijn huis hebben, voor geen prijs. De kans dat ik overstag ga, is nihil. Ik zie de lol er niet van. Voor de meeste honden, zeg eigenlijk maar alle, ben ik zelfs diep in mijn hart bang (en dat is regelmatig niet eens zo heel diep). Dat geldt ook en misschien nog meer voor de ‘hij-doet-niets-hoor’honden. Binnen een straal van drie meter geldt dat in elk geval, vijf meter is prettiger en tien nog een heel stuk prettiger. Ik zal dus nooit ‘op de hond passen’ als mij dat gevraagd wordt. En gelukkig wordt het me nooit gevraagd.

Als ik bij iemand kom die er een hond op na houdt, dan komt die hond doorgaans even kijken wie er is. Ik doe manmoedig of ik daar niet mee zit, maar aaien is er niet bij. En ik ben blij als de hond weer wat uit mijn buurt is. Ik accepteer dat gelaten of heroïsch naargelang de hond, het is hun huis. En als ik dat niet wil, moet ik er weg blijven.
Maar nu het omgekeerde. Een vriendin vraagt me: ‘Mag de hond meekomen?’ Het is een pup, ze hebben hem een week, en mijn vriendin ken ik al tientallen jaren en ik heb haar lang niet gezien. Dilemma…
Ze voelt direct mijn aarzeling. Het is al beslist. De pup komt niet mee.
Ik ben blij toe, ik geeft het toe, het is haar beslissing.

borstbollen

Tumtum, caramels en Engelse drop kan ik moeilijk weerstaan. Daarom is het niet in huis. Chips zijn ook lastig, maar alleen de naturel. Alle chips met smaakjes vervelen me razendsnel. Die kan ik makkelijk laten staan. Dichte zakken met alle bovengenoemd spul zijn tamelijk veilig. Het is ook niet zo dat die eenmaal open in een keer leeg moeten. Het blijft dan niet bij ééntje of een paar, maar het hoeft niet op. Toch is het niet in huis hebben veiliger.


Harde snoepjes zoals in dit blikje laat ik ook makkelijk voor wat ze zijn. Daarom is een blikje als dit niet gevaarlijk. Dat kan hier, als het aan mij ligt, compleet met inhoud heel oud worden. Het is er dan ook niet voor mij.

Dit is dan gelijk het antwoord op de vraag in kijk -13-. Het is een blikje met als inhoud borstbollen van Wycam’s. Of, zoals ook op het blikje vermeld cough-drops (flemish), arrache-toux (veritable ballons, a l’ancienne) of hustenbonbons (echt alte).

Ze lijken een beetje op Haagse hopjes.
De meesten van jullie zagen wel dat het om een blikje ging. Er werd frisdrank genoemd, en bier, en appelstroop, maar lucifersdoosje was echt fout.
Een helemaal goed antwoord zat er niet bij. Geartsje kwam nog het dichtste in de buurt, zij zag een blikje snoepjes.
Ik geef het toe, deze was niet eenvoudig.

nog eens ‘U’

Van de week had ik het over ‘U of jij’.
Nu heeft Martine het over ‘De grens tussen u en jij’, een leuk waar verhaal.

Ik moest ineens denken aan toen ik een jaar of vijftien was, ook iets uit het leven gegrepen. Ik zat op een strenge, relatief kleine school met alleen meisjes. Jongedames moesten we zijn (en blijven). Er moest veel en er mocht weinig.
De van een allesziende blik voorziene directrice zei altijd U tegen ons. Hoe meer we in ongenade waren gevallen, hoe nadrukkelijker het U klonk. Misschien dat ik het daarom nog zo goed weet.
Ik hoor het haar nóg tegen me zeggen, in vier verschillende situaties:
“Deelt Ú hier op school de lakens uit? Of doe Í­k dat?!”
“Sláát Uw brutale ogen neer!”
“Gaat Ú maar weer naar huis!”
“Waar wás U gisteren?”

Beijing 2008


Weet iemand nog zo te vertellen welke plaatsen op de wereld graag de Zomerspelen 2008 wilden organiseren en naast de boot vielen toen er voor Peking werd gekozen?
Ik heb het even opgezocht: Istanbul (Turkije), Osaka (Japan), Parijs (Frankrijk) en Toronto (Canada). Bangkok, Havana, Caïro, Kuala Lumpur en Sevilla vielen al eerder af.

Er is kritiek op de keuze voor Peking, vanwege de mensenrechtenschending in China. Maar ik denk dat die keuze als je de mensenrechten daar wilt belichten wel eens juist een heel goede keuze kan zijn geweest. China staat in de schijnwerpers en dat zou niet of in elk geval veel minder zijn geweest als de organisatie voor de zomerspelen naar Parijs of Toronto was gegaan. Natuurlijk is er veel mis in China. Dat kan ook bijna niet anders in zo´n enorm land met een dergelijke voorgeschiedenis en een zo grote economische groei. De enige invloed die andere landen en individuen daarop hebben is er aandacht aan besteden en er iets van zeggen. Dat gebeurt nu en zou zonder de Spelen niet of veel minder gebeurd zijn.
Het is ook niet realistisch van sporters te verwachten dat ze uit protest thuis blijven. Een topsporter wil presteren en stemt zijn of haar leven daar jarenlang volledig op af. Er wordt getimed op de Spelen en dat kan vaak maar één keer. Vier jaar eerder zijn ze er nog niet aan toe en bij de volgende Spelen zijn ze vaak al weer over hun top heen. Ze trainen zich jarenlang een ongeluk en offeren hun privacy aan de dopingregels. Ik zou dan ook niet thuisblijven, zeker niet.

Wacht maar wat er aan kritiek op Nederland en België komt als ze de organisatie van de WKvoetbal 2018 toegewezen krijgen. Er is hier vast een heleboel te vinden wat niet goed is. Alleen al wat dat betreft kunnen we die WK maar beter niet organiseren.

nu dan

De kogel is door de kerk. Het duurde even, maar nu dan… Eindelijk!
Na lang denken had ik besloten welke ik wilde. Een spiegelreflex, of toch maar compact? Het was lastig, want alles heeft zijn voor en zijn tegen. Maar dat was in juli.
Sinds mei zat ik al zonder, en net toen ik wist welke het moest worden, werden de huiselijke omstandigheden hier zo dat het er steeds maar niet van kwam. Het was niks hoor, zonder camera, ook al was ik aan huis gebonden. Ik was zo gewend er een te hebben. Zelfs hier om het huis is er genoeg mee te doen. Ik leende af en toe die van J. (meneer Nanos), maar daar had ik ruzie mee en hij werkt met batterijen en die zijn altijd leeg als ze nodig zijn.
En dan komen er weer twijfels. Je ziet hier eens wat en daar zie je iets moois. De eisen worden nog eens geformuleerd. De twijfel slaat weer toe.
Maar nu moest het toch maar eens. Er is nog wat gewikt en gewogen, en vanmiddag kocht ik een nieuwe. Het werd toch een van de alternatieven die ik in juli al in gedachte had. De accu staat op de lader. De Engelstalige handleiding is diagonaal doorgenomen, zodat ik weet waar dat wat er in staat over gaat. Het lenskapje zit erop en de draagband is bevestigd. Meer kan ik nu niet doen.
De Nederlandse handleiding is gedownload en staat klaar om geraadpleegd te worden. Dat is toch een stuk handiger. En nu kan het morgen dus beginnen. Morgen ga ik wat experimenteren. En als er dan het een en ander aan resultaat is, kan ik hier verslag doen van de eerste bevindingen, van de worstelingen en de dingen die gesmeerd gingen. Nu ben ik er in elk geval blij mee.

U

“Zeg nu maar eens jij tegen me,” werd van de week weer eens tegen me gezegd.
Ik ben een ‘U’-zegger. Dat valt kennelijk op in deze tijd waarin het gejijjou normaal is. Het overkomt me soms dat mensen die ik al een tijdje ken, maar toch niet zo vaak zie en dan altijd in eenzelfde situatie, dat tegen me zeggen: “Zeg nu maar eens jij tegen me.” Ooit leerde ik dat en het zit erin gebakken. Tegen mensen die je niet kent en tegen oudere mensen zeg je ‘U’. Er zijn weliswaar steeds minder oudere mensen, maar mij onbekenden zijn er nog genoeg. Ik zie ook niet in wat er mis is met ‘U’. Bij sommige mensen heb ik zelfs de neiging ertegenin te gaan als ze zonder dat ik hen ooit eerder gezien hebt doorgaans ook nog zwaar overdreven tegen mij aan het jijjouen zijn. Ik betrap me er dan op dat ik langer doorga met ‘U’-zeggen dan ik anders gedaan zou hebben.
Mijn kinderen doen het ook, ‘U’-zeggen. Laatst hadden we het er nog over ons steeds meer afwijkend gedrag. Maar ze gaan er kennelijk niet onder gebukt. Ook zij gaan er gewoon mee door.

de klantvriendelijkheid van UPC …

Zoals regelmatige bezoekers zich misschien nog herinneren, hebben wij een confict met UPC over de levering van tv-signaal aan onze woning. Het is een ingewikkeld probleem. Aan het ontstaan ervan hebben wij geen schuld. UPC heeft dat in eerste instantie ook niet, maar UPC kan het wel heel eenvoudig oplossen. Ik heb daarover naar aanleiding van eerdere berichtgeving op dit weblog al uitgebreid telefonisch contact met UPC gehad en we zijn er niet uit gekomen. UPC heeft zelfs niet de moeite genomen gedupeerden (Wij zijn niet de enigen, het gaat om een aantal woningen) behoorlijk op de hoogte te stellen over de juiste aard van het probleem en de genomen beslissing niet aan de eenvoudige oplossing mee te werken. Ook het verzoek mee te denken over een andere, minder eenvoudige oplossing werd niet door UPC gehonoreerd. UPC laat ons dus gewoon stikken.
Het laatste contact met UPC is inmiddels drie maanden geleden. Er kwam nog iemand kijken hoe de situatie is, nooit meer iets over gehoord. En de brief met uitleg, die ook door de UPC-medewerker redelijk werd geacht, hebben we nog steeds niet gezien.

… en een ogenblik geduld

Daarom raadpleegde ik de website van de OPTA om te kijken hoe ik verder kon om te komen tot een redelijke oplossing. Daar werd geadviseerd te kijken bij ConsuWijzer, een informatiesite van de overheid met “Praktisch advies over uw rechten als consument“. Dat deed ik. Het lijkt nu het meest voor de hand liggend een klacht in te dienen bij de geschillencommissie. Maar een klacht indienen bij de geschillencommissie blijkt nog geen eenvoudige taak te zijn. Ik besloot eerst het nummer van ConsuWijzer te bellen, 088-0707070. Ik deed dat zojuist om 14.15u. Alle medewerkers waren in gesprek. Er werd om een ogenblik geduld gevraagd. Nu is het een nummer met normaal tarief, maar toen ik om 14.25 u. nog steeds aan het ogenblik geduld bezig was, werd het me te gortig en heb ik het maar opgegeven.

Mopperdemopperdemopper…
Tien minuten in de wacht bij een informatieloket van de overheid…

broodje

Volgens het Voedingscentrum is het Gezondste Broodje van Nederland in Delft te koop. Ik citeer ´Nu´:

Het winnende broodje is bruin, voor de helft besmeerd met yoghurt en voor de andere helft met een beetje uiencompote. Verder zit er rucola op, met rauwe bietjes, plakjes appel en sinaasappel en een stukje magere rib-eye.

Als ik toch mag kiezen, neem ik liever een broodje ros (of kaas, of tonijnsalade, of kip of zo iets).
Ik ben een teut met broodjes. Ik wil er eigenlijk altijd maar één ding op en niet een potpourri van van alles door elkaar. Ik vraag dus of de hele verdere rattaplan aan tomaat en sla en ei en ui en verdere frutsels weggelaten kan worden. En als er toch nog een blaadje sla bij zit, peuter ik dat eraf. Ja, tis erg met mij…
Soms is een broodje zonder toeters en bellen niet eens te krijgen. Daar kunnen ze zo moeilijk over doen!

bezoek

Ik vind bezoek leuk, heel leuk zelfs. Ik ben zelfs eigenlijk gek op bezoek, eerlijkgezegd.
Maar ik hou van onverwacht bezoek. Ik wil geen afspraken, ik hou van verrassingen en dan vind ik het geweldig dat je komt.
Kom maar dus!
Als er eens een afspraak is, is het er een met klein gezelschap. Grote groepen tegelijk wil ik eigenlijk niet. Dat is heel egoïstisch ja, ik wil er zelf iets aan hebben en niet continu rond moeten draven. Ik ben dan ook een heel slechte gastvrouw. Liflafjes en andere bewerkelijke dingen worden hier niet bereid. Dat spijt me verschrikkelijk, maar het zit niet in me. Ik ben sowieso niet geschikt voor culinaire hoogstandjes. Wie hier binnenloopt, moet het doen met wat er in de beperkte voorraad is, en met ons gezelschap.
Het mag duidelijk zijn dat ik dus nooit jarig ben, niet voor iedereen tenminste. Ik hou het select. In het middelpunt staan is voor mij geen genoegen. Ik ben er te verlegen voor en mis het vermogen tot uitbundigheid. Het bespaart me ook nog een hoop werk. En bovendien word je van jarig zijn oud!

Update
Ik zie bij de reacties dat er misverstanden zijn over het plaatje.
Het is niet mijn leeftijd. Het is ook niet de gewenste leeftijd.
Het is het nummerplaatje naast onze voordeur.
Het is dus mijn huisnummer. Dan weet je waar je moet zijn. :grin: