piepers

Een foto als deze kan hier niet dagelijks gemaakt worden. Aardappelen schillen komt hier maar weinig voor. Een zak van vijf kilo is sowieso veel te groot. Die piepers zitten lang voor ze geconsumeerd kunnen worden zwaar onder de uitlopers. Deze foto is een oudje, van januari 2005. Ik heb toen een, inmiddels incomplete, serie gemaakt van de gang van zaken bij het frites maken. Dat knutselden we altijd van verse aardappelen. De laatste jaren doen we eigenlijk niet meer aan patat. Waarom niet? Geen idee, het gebeurt gewoon niet meer. Nou moet je ook weer niet denken dat dat de laatste keer was dat ik piepers heb gejast, maar een relatieve zeldzaamheid is het wel.




Dat was het dus bij de jongste ‘kijk’-vraag, een aardappelschil. Het aantal deelnemers viel me wat tegen, juist nu ik een volgens mij heel makkelijke vraag had gesteld. Willen jullie meer uitgedaagd worden? Of liep iedereen in het bos?
Goede antwoorden kwamen van PeterS, Job, Marnix, blogbaas, Wieneke, Inge, Eveline, Hanscke en Pieke.

kùisterre

Op 17 maart schreef ik over het Leids:

We speelden met een bledder, en met kuisters. Verder was de jes heel geliefd, ..
Heb je enig idee wat ermee bedoeld werd?

Voor Tagrijn en Leidse Glibber was het gesneden koek. Logisch natuurlijk, we speelden allemaal in Leiden (Maar niet samen, en voor zover ik dat inschat ook niet tegelijkertijd).
Glibber schrijft:

Een bledder was natuurlijk een voetbal, kuisters waren duur hoor, waren grote knikkers en de yes was een van de favorieten in de speeltuin

Maar ik ben het niet helemaal met hem eens.
kuisters.jpgKuisters waren bij ons de gewone knikkers, zoals deze. Hoe groot ze ook waren, het bleven kuisters. Héél grote waren net zo goed kuisters, maar werden soms onderscheiden als ‘bonken’. De waarde van een bonk werd per sessie bepaald.

Later kwamen de knikkers met het kattenoog erin. Dat waren de beukies. Die beukies telden eerst voor twee kuisters, maar toen ze heel gewoon werden, ging dat over. Waarom ze beukies heetten is wel duidelijk, zelfs wij stadskinderen kenden beukennootjes. En daar leken die gekleurde stukjes binnenin toch op. Ook met de beukies werd gekuisterd, én met de looiers.

Oorspronkelijk waren looiers van lood, maar die heb ik nooit meegemaakt. Bij ons waren de looiers de metalen kogels uit kogellagers. De heel kleintjes uit fietsen deden niet mee, maar als ze op kuistermaat kwamen, gingen ze tellen. Looiers waren rijkdom, die wilden we allemaal wel. Hoe groter de looiers waren, voor hoe meer kuisters of beukies ze telden. Daarover werd stevig onderhandeld voor ze in het spel werden gebracht, ook of je ze echt kon winnen of dat ze werden afgekocht met gewone kuisters.

En nu zijn we er nog niet helemaal, want al zeiden wij thuis dan kuisters zoals het er staat. Om het helemaal goed te doen zeg je kùisters, met de ù uit het Franse un en een korte i erachteraan. En die i moet dan ietsje zakken in toonhoogte. Voor de r achteraan druk je je tong lichtjes tegen je verhemelte. Kùisterr.
Met kùisterrs kun je dus kùisterre.

het verdriet

‘Hebben wij dat?” vraagt J. (meneer Nanos)
‘Ja, dat hebben we.’
Ik sta direct voor de kast om het te pakken
Maar ik zoek en zoek.
Ik zoek in de andere kast, ik zoek boven.
Niks..
Het kastje in de gang dan? Op zolder misschien?
Ik weet het zeker. Ik heb het.
Witte voorkant, plaatje op de onderste helft met iets van huizen of daken, titel erboven …
(zucht)

Dat was van de week.
Vandaag zocht ik nog eens.
Als niet al te overtuigend bewijs laat ik J. het plaatje van het boek op internet zien.
‘Zie je wel, zo ziet het er uit.’
Ik laat het erbij.
Ik heb ‘Het verdriet van België niet gevonden.

legestatiegeldflesseningooiapparaat

‘Wie weet wat dit is?’ was de vraag.
Ik toonde alleen dat ronde gat,
maar met dit plaatje uit de reactie erbij kon het toch niet moeilijk zijn.
Er waren leuke antwoorden, al dan niet gevonden met behulp van het tweede plaatje:
‘Ik denk aan een koffiefilter, na één keer opschenken ofzo ;-)’,

‘Ik denk toch dat ‘t een speaker is’
‘Afvoerkanaal van de afzuigkap?’
‘Het bovenaanzicht van een trechter’
‘De opening van een geluidsbox!’
‘Kauwgomballenautomaat?’

en
‘Nou dat is een fluitje van een cent, het is een stofzuiger, met de opening voor de slang. Ik heb zelf net de volle zak verwisseld.’
Helaas, al die antwoorden zijn fout.



Ton (die kwam met de mooie omschrijving die hier in de titel staat), Marnix, Eveline en Enneke hadden het goed.

troep

Twee laadjes opruimen en je bent af van het resultaat van het jaren sparen van lege of oude goedkope balpennen, kapotte punaises, uitgedroogde vulpenvullingen, verbogen paperclips, niet de definiëren klemmetjes, verdwaalde splitpennen, veel te harde potloodjes, onbruikbaar geworden markeerstiften, nooit meer nodige schrijfmachinelinten, gespleten kroontjespennen, gebroken lineaals, lege of ingedroogde potjes Ecoline, verteerde elastiekjes, keiharde gummetjes, lekkende vulpennen en roestige puntenslijpermesjes. En dan heb ik het niet over de stapel aan de deur gekochte ansichtkaarten die het versturen nooit waard waren.
Het is een stuk luchtiger geworden in de opgeruimde laden.

vandaag

Ze zullen er best ergens geweest zijn, al die winterse buien die ons beloofd waren. Maar wij hebben ze hier niet gezien. Gisteren (eigenlijk al weer eergisteren zie ik nu) was het een klein buitje. Vandaag (dus eigenlijk al weer gisteren) was het de hele dag zonnig en er was weinig wind. Heerlijk!
We hebben dus maar een boswandelingetje gemaakt. Het was er doodstil. We kwamen twee vrouwen met een aangelijnde hond tegen, dat was alles. In de verte zagen we een paar hertjes op de vlucht slaan. Die hadden we daar nog nooit gezien.
De vier verdwaalde sneeuwvlokken op de terugweg mogen geen naam hebben. De ruitenwissers waren niet eens nodig.
Je hoort ons niet klagen!