Op 17 maart schreef ik over het Leids:
We speelden met een bledder, en met kuisters. Verder was de jes heel geliefd, ..
Heb je enig idee wat ermee bedoeld werd?
Voor Tagrijn en Leidse Glibber was het gesneden koek. Logisch natuurlijk, we speelden allemaal in Leiden (Maar niet samen, en voor zover ik dat inschat ook niet tegelijkertijd).
Glibber schrijft:
Een bledder was natuurlijk een voetbal, kuisters waren duur hoor, waren grote knikkers en de yes was een van de favorieten in de speeltuin
Maar ik ben het niet helemaal met hem eens.
Kuisters waren bij ons de gewone knikkers, zoals deze. Hoe groot ze ook waren, het bleven kuisters. Héél grote waren net zo goed kuisters, maar werden soms onderscheiden als ‘bonken’. De waarde van een bonk werd per sessie bepaald.
Later kwamen de knikkers met het kattenoog erin. Dat waren de beukies. Die beukies telden eerst voor twee kuisters, maar toen ze heel gewoon werden, ging dat over. Waarom ze beukies heetten is wel duidelijk, zelfs wij stadskinderen kenden beukennootjes. En daar leken die gekleurde stukjes binnenin toch op. Ook met de beukies werd gekuisterd, én met de looiers.
Oorspronkelijk waren looiers van lood, maar die heb ik nooit meegemaakt. Bij ons waren de looiers de metalen kogels uit kogellagers. De heel kleintjes uit fietsen deden niet mee, maar als ze op kuistermaat kwamen, gingen ze tellen. Looiers waren rijkdom, die wilden we allemaal wel. Hoe groter de looiers waren, voor hoe meer kuisters of beukies ze telden. Daarover werd stevig onderhandeld voor ze in het spel werden gebracht, ook of je ze echt kon winnen of dat ze werden afgekocht met gewone kuisters.
En nu zijn we er nog niet helemaal, want al zeiden wij thuis dan kuisters zoals het er staat. Om het helemaal goed te doen zeg je kùisters, met de ù uit het Franse un en een korte i erachteraan. En die i moet dan ietsje zakken in toonhoogte. Voor de r achteraan druk je je tong lichtjes tegen je verhemelte. Kùisterr.
Met kùisterrs kun je dus kùisterre.




Pollenverwachting:



Artikelen (RSS)
Maar, Nanos, wat was nu de yes, heel geliefd in de speeltuin? Nu wil ik ook ALLES weten.
Pff, ik ben wel Leidse, maar behalve de looier en de beukies zegt dit mij niets (generatiekloof? nee, volgens mij ben ik even oud als Glibber). Met Thé wil ik graag weten wat een yes is.
@Thérèse en Hermien
Komt nog. Niet teveel tegelijk, dan wordt dit een veel te lange post.
Goed hoor. Yes!
Ik denk dat er heel veel verschillende woorden voor al dat spul bestaat. Niet alleen in de tijd, maar ook qua locatie. Het zou me niets verwonderen als iets een school verder weer een andere naam had/heeft.
Op mijn lagere school waren knikkers van gebakken klei met een kleurtje. Stuiters waren iets groter en van glas met zo’n werkje er in en lodders waren ook van glas maar dan een stuk groter. En kogels noemde we gewoon kogels.
Een stuiter had de waarde van 5 knikkers. Een lodder was zeker het dubbele tot het 4-dubbele van een stuiter, daar moest vaak over onderhandeld worden. De lodders verschilden nogal in grote en kleur.
Toch ruilde ik nooit, maar deed gewoon aan pikken. Dus op afstand met knikkers tegen een lodder gooien. En als je hem raakte was de lodder van mij. Alle gemiste knikkers waren voor de lodderbezitter.
Eerst had je knikkers, dat konden zowel kattenogen als geaderde zijn,
dan kreeg je stuiters, die waren een slagje groter, dan kwamen de bonkers, nog weer groter. Knikkers waren vooral van glas, maar soms ook van klei.
En de looiers, die noemden wij Looiedetten. Maar de jes????
Bij al die knikkernamen gaan weer lichtjes branden.
Maar ik zit ook te popelen om de betekenis van de ‘yes’ te kunnen lezen. Als geboren en getogen Leidse nog nooit van gehoord.
Hé Brimstone, ook al een geboren en getogen doch uitgevlogen Leidse?
@Brimstone
Dat van die lichtjes heb ik ook. Over ‘bonken’ moest ik denken: Hoe heetten die ook weer?. Na een tijdje gaat het licht aan, bonken dus. Inmiddels weet ik ook de bijnaam van de bovenste knikker. Hij is nog net iets te geaderd, maar nog iets witter heette hij ‘melkie’.
wat jij beukies noemt heette in Amsterdam in de dertiger/veertiger jaren meksies. En zo’n loden knikker was een looiedaai.