Archief voor 25 februari 2010

Op Driemaaldrie verhaalt Hans over zijn trouwdag. Daar kun je direct een blik reacties op opentrekken, en het roept heel wat herinneringen op bij anderen.
De mooiste dag? Ach nee, er zijn daarna veel mooiere mooiste dagen geweest.
Soms weet je het zelf al niet meer precies. Zo dacht ik dat we in mijn 2CV naar de plechtigheden reden, maar op de foto’s zie ik iets anders. Het is een of andere klassieker, maar hij komt niet volledig in beeld, dus ik kan hem niet thuisbrengen. Waarschijnlijk had mijn broer die bij een vriend opgeduikeld. Nee, we hebben geen reportage met statiefoto’s, alleen wat verzamelde foto’s, in zwartwit of in zwaar verbleekte kleuren, afkomstig van mensen die een camera bij zich hadden.
De dag begon al niet optimaal. Ik ging ’s morgens de bruidegom van huis halen, met die 2CV dus, en op de terugweg vloog er een groot stuk ondoorzichtig plastic op de voorruit. Het dekte de hele ruit af. We hadden geluk dat het door een zwiepende beweging met het stuur genoeg wind ving om weer van de ruit af te vliegen. Ze hadden zomaar bijna de feestelijkheden moeten afblazen (en er andere feestelijkheden voor in de plaats kunnen hebben, zoals we toen zeiden). Uit het voorafgaande kun je al afleiden dat we in elk geval een deel van de tradities aan onze laars lapten. Onze trouwdag is niet door onze wederzijdse ouders aangekondigd. We deden dat zelf. Dat was op zich niet zo raar, we woonde allebei al jaren niet meer ‘thuis’. We trouwden wel in de kerk, voor de lieve vrede, want anders zouden we nog steeds niet getrouwd zijn en in zware zonde leven. Dat laatste kon natuurlijk niet, dat wilden we onze ouders niet aandoen. Het was nog in de tijd dat de meeste ouders opgelucht ademhaalden als ze tenminste hun dochters ogenschijnlijk onbeschadigd het huwelijksbootje in kregen, en ‘op hun bestemming’ zoals dat heette, al heb ik mijn moeder die laatste term nooit horen bezigen. Dat was waarschijnlijk ook wijsheid. Het zou niet goed gevallen zijn.
Hoe dan ook, de bruidegom kocht een nieuw pak dat daarna nog jaren als rouw- en trouwpak dienst deed. En ondergetekende droeg een appelgroen (heel modieus toen) rokje (nette mini net boven de knie) met een jasje van dezelfde kleur en daaronder een oranje (ook heel modieus toen) bloes. Ik kreeg er een boeket van even knaloranje rozen bij en had een grote bruine flaphoed op. Oogverblindend dus, dat groen en oranje bij elkaar, maar zeer eigentijds. En in mijn ogen toen en nog steeds heel wat beter dan een oncomfortabele en uiterst besmettelijke trouwjurk. Daar wilde ik voor geen prijs aan. We trouwden op de langste dag van 1974, hielden wel de onvermijdelijke receptie en na het diner was het feest afgelopen. Vooral de bruid was en is een saai mens die zich op feestjes het liefste vermaakt met toekijken. In het middelpunt van de belangstelling staan is taboe. Daarom hadden bruid en bruidegom te kennen gegeven geen zin te hebben in sketches en andere grappenmakerij. We gingen naar huis. De volgende dag zijn we voor een dag of drie, vier op reis gegaan. Daarna riep de plicht weer.

Op Driemaaldrie kun je lezen hoe het Hans en Thérèse verging op hun mooiste dag.

Comments 4 Reacties »