Het is lekker rustig bij C1000.
De muzak is er wel natuurlijk. Daarmee moet je leren leven. Iemand zingt over vraihaid.
De caissière zegt tegen de vrouw bij de kassa naast me: ‘Weet u dat u hier alleen kunt pinnen?’
‘Ik kan lézen hoor!’, snauwt de klant.
Ik kijk om.
De caissière kijkt me geschrokken aan.
‘Nounou,’ lijken we tegen elkaar te zeggen.
Waarom zo chagrijnig?
Er was geen rij. En buiten is het heerlijk. Dat zie je hier binnen ook wel, en je weet het toch, je komt er net vandaan.
Heb jij niet meteen gezongen van: Ut is zo fain om vrai en vrolijk en niet chagrainig te zain.
Met dit weer chagrijnig? Dat vereist ingrijpen door de medische stand.
Misschien jaloers op zanger’s vraihaid?
Ik heb me net door de chaos op de randwegen van Rotterdam geworsteld… dan mag je chagrijnig zijn (wat ik overigens niet ben).
Ach ja, sommige mensen hebben nou eenmaal al veel problemen met zichzelf.
Als je zo pinnig reageert kun je ook alleen maar pinnen.
Nou nou, dat was vast tante Saggerijn.