Malle Babbe

Malle Babbe Dit is Malle Babbe. Het beeldje is gemaakt door Kees Verkade in 1978. Het is van brons en staat in de Barteljorisstraat in Haarlem.

Vorige week stond dit beeldje hier ook. Ik vroeg toen waar het staat.
PeterS, Bettie en Hanscke wisten het.

We kennen Malle Babbe ook van een schilderij van Frans Hals.
Het hangt in de Berliner Gemäldegalerie.

reactiebombardement

Rond een uur of vijf vanmiddag leegde ik de bak met sp*mreacties die door Akismet zijn onderschept. Het waren er 857, allemaal verzameld in minder dan een dag. Er waren vijf van die ongewenste reacties door het filter geglipt. Die heb ik handmatig verwijderd.
Zojuist om kwart over zeven stonden er nog eens 87 en waren er drie ontsnapt aan het oog van Akismet. Nu zijn we vijf minuten verder, er zijn zeven verse bij gekomen.
En terwijl ik dit schrijf kwamen er in drie minuten weer twaalf bij. Ik heb de reactiemogelijkheid bij oude logs uitgeschakeld. Dat zou moeten helpen.

Multiculti

Ik heb het nooit echt goed begrepen, wat bedoelen ze nou met multicultureel? Als erover doorgepraat werd, dacht ik altijd al: “Dat is toch al zo?” In mijn ogen betekent het, dat iedereen kan doen wat hij wil of gewend is te doen, zolang anderen daar maar geen last van hebben. Dat laatste is wel een voorwaarde. Je moet je eigen manier van leven niet opdringen aan een ander. En als je ergens geen last van hebt, moet je er ook niet moeilijk over doen, en dan moet je zeker niet gaan zoeken of je er last van zou kunnen hebben. Accepteer dat anderen het anders doen. Als dat van twee kanten komt, is er niks aan de hand en het kost niets.
Dat is toch al zo, dacht ik dus. Daar hebben we geen mensen van ver weg voor nodig.
Binnen dat deel van de samenleving dat we Nederlands noemen is al zoveel verschil dat dat al best multicultureel genoemd kan worden. Kijk maar eens om je heen als je in de stad loopt, kijk naar het aandeel autochtonen (een vreselijk woord) en zie de variëteit. Er zijn er die ik liever niet naast me heb wonen. En er zijn meer dan genoeg mensen uit de zogenaamd andere culturen waar ik geen probleem mee zou hebben.

Ik heb het dus allemaal nooit goed begrepen, ik begreep nooit waar men nou eigenlijk heen wilde als het hier multicultureel moest worden.

Bloederig is zielig

De Partij voor de Dieren voegde weliswaar een nieuw element toe aan ons politieke landschap, maar een aanwinst kan ik de partij niet noemen. Dat telt voor meer aanwinsten, maar daar gaat het hier verder niet over.

Van mij mag het,  ritueel slachten of hoe je het ook noemen wilt. Het debat erover is volgens mij volkomen hypocriet. Er wordt  flink op de sentimenten gewerkt dat die arme beesten vreselijk aan hun eind komen, maar er wordt wel vergeten dat de andere slachtdieren, die o zo humaan geslachte dieren, een vreselijk leven achter de rug hebben in de bio-industrie. Dat is kennelijk geen probleem voor de politiek.
Het ritueel slachten ziet er bloederig uit, eng, dat moet wel vreselijk zijn. Hoe bewerk je de sentimenten? Laat het bloed zien! Dat heeft de PvdD aardig door, en omdat het allemaal zo zielig is en er al genoeg gedoe is in Nederland, wordt het publiek nu tevreden gesteld met instemming van de andere partijen voor het wetsvoorstel waarin het verbod geregeld wordt.
De ‘voorstanders’ hebben geen argumenten die de massa aanspreken. Ritueel slachten is zielig, toch? Het moet verboden worden, en dat jullie dat altijd al zo deden, hoeft niet te betekenen dat je er mee door moet gaan. Wat zijn er dan verder voor argumenten over? De discussie wordt behoorlijk vervuild zodra er anti-semitisme bij gehaald wordt. Elk argument wordt verder doodgeslagen, want zeggen dat dat er niets mee te maken heeft en dat het alleen om de dieren gaat, heeft geen zin.
Hoe dan ook, van mij mag het blijven zoals het is. Laten we eerst maar eens naar de dierenlevens kijken. En dan liefst niet met de ogen van de PvdD.

ijsberen


Daar kun je heel lang naar kijken: Kindje ijsbeer en mama ijsbeer spelen samen in het water.

Gisteren waren we in Blijdorp. We hebben ons prima vermaakt. Blijdorp is een leuke, mooie dierentuin.

IJsberen doen niet enthousiast aan gezinsleven, maar moeder en kind samen gaat wel een tijdje goed. De aanwezigheid van meneer IJsbeer is daarbij niet gewenst en zelfs gevaarlijk voor het grut. Hij verblijft apart, ijsberend.

 

 

de dag


Hoe is het mogelijk, die enkele keer dat ik de trein pak, is er wat mee.
Of is het (bijna) altijd zo?
Maar goed, de zon scheen en mijn voeten waren nog niet moe. Ik stond dus ruim 25 minuten langer op het perron dan de bedoeling was en met mij stonden er steeds meer wachtenden. Stonden, want buiten in het glazen wachthokje telt het perron zegge en schrijve één bankje waarop drie mensen een plaatsje vonden.

In de trein was zitruimte genoeg. Later at ik zittend een Bossche bol, we zaten heerlijk voorin in de fluisterboot op de Binnendieze, liepen door leuke smalle winkelstraatjes en pikten nog even een terrasje.
De trein terug was mooi op tijd. Binnen mijn gezichtsveld was ik de enige, écht de enige, die niet met een telefoontje of laptop zat te spelen. Ik overwoog aanpassing aan mijn omgeving door alvast de foto’s te bekijken die ik vanuit het bootje met mijn gsm gemaakt heb, maar beheerste me. Ik heb gewacht tot thuis en laat jullie er hier één zien.

Moet je ook eens doen, dagje Den Bosch met zo’n rondvaart!

de groenteman

Hier in de zijkolom staat regelmatig een “Terzijde”, regelmatig ook staat er niets.

Daarstraks vroeg ik me af: “Wat zullen we morgen eten?”
Vroeger werd je met die vraag geholpen op de radio. Die groenteman van toen kan zo langzamerhand wel terugkomen.
‘Goedemorgen groenteman’, zo begon het, en dan volgde er een recept.
Weet je het nog?
Hij mag terugkomen …
Het ‘hoe’, het recept, is bijzaak, maar het ‘wat’, dat is de vraag.

Tsja tsja tsja, Tsja wat zullen we eten?
Tsja tsja tsja Tsja wie kan dat weten?

Update, luister maar even :D

de redding

Vanmiddag hebben we een leven gered.
Nou doe je dat als je auto rijdt met grote regelmaat, maar dan zijn het fietserslevens. Nu redden we een vogeltje, een heggenmusje om precies te zijn, een heel pril heggenmusje.
Toen ik de tuin inliep, zat er een heggenmus op de rand van de vijver. De vogel vloog weg toen ik wat dichterbij kwam. Ik wilde eens kijken hoe het met de watersalamanders was. Ik zag er geen, maar ik zag wel beweging onder in de linkerhoek. Dat was duidelijk geen zwemmer. Daar fladderde een vogeltje, en dat vogeltje kon zo te zien niet op eigen kracht uit het water komen.

We hebben het maar even geholpen. Het kostte wat moeite, maar even later lag er een drijfnatte minivogel op wat wij toch maar hardnekkig ons gazon blijven noemen.

Nu moesten we afwachten of onze reddingsactie door de heggenmusouders was opgemerkt.
En ja, toen de kleine wat was opgedroogd en begon te piepen, kwam mama of papa met een volle snavel leeftocht aanvliegen.



Het duurde even, maar nadat er een keer of wat versterkende middelen waren aangeleverd, was onze beschermeling sterk genoeg om weg te kruipen onder de struiken.


(Als je op een foto klikt, krijg je een grotere afbeelding)