Terwijl ik mijn bananen weeg hoor ik het gesprek van de twee vrouwen bij de witlof.
Het gaat over voetbal. Het gaat over het verlies van gisteren. Zo vreselijk, vindt ze het, echt heel erg. Ze zijn gelijk alle versiering in de kamer gaan opruimen, direct na de wedstrijd. Ze kon wel janken. (Ik geeft het toe, ik heb vanaf hier getreuzeld met de bananen.) De tweede vrouw knikt meelevend. Ik wend me wat af, om vooral maar niet te verbaasd over te komen (Mensen, het is maar voetbal!). De monoloog gaat verder. Over een paar weken zijn ze er wel overheen, zegt ze. Maar ze hebben vannacht bijna niet kunnen slapen. En de nacht ervoor ook al niet, vanwege de spanning….
Als ik afreken vraagt de caissière of ik de pechvogeltjes nog wil.
Pechvogeltjes?
Ja, ze hebben toch verloren. Bijna niemand wil ze meer.
Pechvogeltjes, zeg ik, als je zo slecht speelt heb je geen pechvogeltjes meer nodig en zal geen geluksvogeltje je helpen.
Ik wil ze nog wel? Ze concludeert het zonder te wachten op mijn antwoord.
Ik krijg een hand vol en laat het zo. Nog een en ik heb een elftal.
elke-dag-een-foto, 87
Toch is het wel leuk om mensen zo te beluisteren. Daarbij moet ik altijd vreselijk oppassen om zelf niet iets te zeggen waardoor ze van slag raken. Overmorgen ga ik nog even door ons voetbalbuurtje om te zien of daar de vlaggetjes zijn uitgedund. Ik verwacht het van niet.
In ons straatje is dit jaar niets opgehangen. Opvallend en misschien wel de reden dat oRanje heeft verloren. Ligt niet aan mij, ik ben nooit zo’n ophanger.
Nou ja, als dit het ergste is dat in die levens gebeurt…. dan mogen ze toch niet klagen, wel?
Ik hou niet van bananen, maar nu weet ik dat ik dus veel mis
Ha, mooi beschreven, Nanos. Ik doe dat ook wel eens: gesprekken afluisteren. Heerlijk!
@Thérèse
Dit soort onzinnige onderwerpen wil ik wel even meepakken. Persoonlijke dingen hoef ik niet te horen. Dan snap ik sowieso niet dat ze in het openbaar doorgepraat worden.