Mjin gsm bromt, een sms. “Poeh! Die berg zit erop! Mijn god, wie heeft die laatste 2 km verzonnen? Toch kwam ik boven. Trots! Nu een welverdiende lunch op het terras *glimlach*” “Waar?”, sms ik terug. “De Mont Ventoux! Met de fiets dus Cool hè? Was leuk! Wel een enorme klim.. Wellicht overbodige toevoeging.”
Overbodig ja..
Ik was op die berg. Ik heb ze gezien, die mensen die op de fiets die Mont Ventoux probeerden te beklimmen, meest mannen van middelbare leeftijd, die zichzelf nog even wilden bewijzen. Deze keer gaat het niet om een middelbare man, maar toch … Het blijft gekkenwerk. Waarom zou je?? Zelfs in mijn beste jaren zou ik er niet over gepiekerd hebben, ik die een beetje brug of het stukje terug omhoog in een tunneltje al een hele klim vind. De Mont Ventoux .. Al die kilometers vals plat, die vreselijke bochten, die nare klimmetjes …
Wie had gedacht dat ik ooit een kind zou hebben dat zo gek is om…
Pfff, fietsen op de kale berg ..
….. “We zijn trots op je,” sms ik haar.
Tussen de spullen uit ons ouderlijk huis vonden we een afschrift van de brieven die mijn moeder schreef over de bevrijding. Het is eind april, begin mei 1945. Ze schrijft naar haar moeder en haar zus, die nog geen jaar daarvoor verhuisden van Leiden naar de omgeving van Alkmaar. Mijn moeder is pas getrouwd en woont in het huis waar ze sinds haar vierde opgroeide. Ik heb het net nog eens allemaal gelezen.
Op 29 en 30 april waren er voedseldroppings (Die zijn leuk beschreven. Als ik er tijdig aan denk, neem ik dat volgend jaar over). Op 1 mei hoort ze van de dood van de Führer. De dagen er na zijn vergeven van de geruchten. En dan, op 4 mei, hebben ondeugende radioluisteraars het bericht van de capitulatie gehoord.
Op 5 mei schrijft ze het volgende:
Om 8 uur werd er al volop gevlagd, gelukkig zonder incidenten, want tenslotte was er nog geen Engelsman of i.d. te zien. Wel kwam de ondergrondse boven water. Het was ontzaglijk gezellig en had veel van 3 October, maar er was meer vrolijke stemming. Bijna alles trok naar de Breestraat om de Canadezen te verwelkomen. Maar er kwam geen Canadees. Je werd elke dag weer naar huis gestuurd met de boodschap: Ze komen morgen of overmorgen.
Soms lichtte mijn vader een tipje op van de sluier over zijn bezigheden toen hij jonger was.
Er was een wandelclub, vertelde hij, de Antilopen. En daar was hij lid van geweest.
Een wándelclub?? En daar was hij líd van??????
Het was niet zo dat onze vader een hekel had aan lopen, maar een wándelclub…???
We keken elkaar ongelovig aan. Dat was nou ook weer overdreven! Een wandelclub!!
Zo zie je maar. Je denkt dat je iemand nu wel een beetje kent, en dan komt er een wandelclub om de hoek kijken.
De Antilopen. Tssss…
De veelbetekenende stilte werd verbroken toen mijn vader verder ging.
Nou ja, hij was wel lid, maar veel gelopen had hij niet. Hij zat, zeg maar, meer in de organisatie. En er was bij elke wandelactiviteit altijd een verzorger mee, op de fiets, met een verbandtrommel achterop. En dát deed hij.
We bliezen onze verbaasd ingehouden adem uit.
Achter die club aan fietsen, dat klonk vertrouwder.
Ja, zei mijn vader met een grote grijns, hij was dan wel bij de Antilopen, maar hij was anti lopen.
Op Driemaaldrie verhaalt Hans over zijn trouwdag. Daar kun je direct een blik reacties op opentrekken, en het roept heel wat herinneringen op bij anderen.
De mooiste dag? Ach nee, er zijn daarna veel mooiere mooiste dagen geweest.
Soms weet je het zelf al niet meer precies. Zo dacht ik dat we in mijn 2CV naar de plechtigheden reden, maar op de foto’s zie ik iets anders. Het is een of andere klassieker, maar hij komt niet volledig in beeld, dus ik kan hem niet thuisbrengen. Waarschijnlijk had mijn broer die bij een vriend opgeduikeld. Nee, we hebben geen reportage met statiefoto’s, alleen wat verzamelde foto’s, in zwartwit of in zwaar verbleekte kleuren, afkomstig van mensen die een camera bij zich hadden.
De dag begon al niet optimaal. Ik ging ’s morgens de bruidegom van huis halen, met die 2CV dus, en op de terugweg vloog er een groot stuk ondoorzichtig plastic op de voorruit. Het dekte de hele ruit af. We hadden geluk dat het door een zwiepende beweging met het stuur genoeg wind ving om weer van de ruit af te vliegen. Ze hadden zomaar bijna de feestelijkheden moeten afblazen (en er andere feestelijkheden voor in de plaats kunnen hebben, zoals we toen zeiden). Uit het voorafgaande kun je al afleiden dat we in elk geval een deel van de tradities aan onze laars lapten. Onze trouwdag is niet door onze wederzijdse ouders aangekondigd. We deden dat zelf. Dat was op zich niet zo raar, we woonde allebei al jaren niet meer ‘thuis’. We trouwden wel in de kerk, voor de lieve vrede, want anders zouden we nog steeds niet getrouwd zijn en in zware zonde leven. Dat laatste kon natuurlijk niet, dat wilden we onze ouders niet aandoen. Het was nog in de tijd dat de meeste ouders opgelucht ademhaalden als ze tenminste hun dochters ogenschijnlijk onbeschadigd het huwelijksbootje in kregen, en ‘op hun bestemming’ zoals dat heette, al heb ik mijn moeder die laatste term nooit horen bezigen. Dat was waarschijnlijk ook wijsheid. Het zou niet goed gevallen zijn.
Hoe dan ook, de bruidegom kocht een nieuw pak dat daarna nog jaren als rouw- en trouwpak dienst deed. En ondergetekende droeg een appelgroen (heel modieus toen) rokje (nette mini net boven de knie) met een jasje van dezelfde kleur en daaronder een oranje (ook heel modieus toen) bloes. Ik kreeg er een boeket van even knaloranje rozen bij en had een grote bruine flaphoed op. Oogverblindend dus, dat groen en oranje bij elkaar, maar zeer eigentijds. En in mijn ogen toen en nog steeds heel wat beter dan een oncomfortabele en uiterst besmettelijke trouwjurk. Daar wilde ik voor geen prijs aan. We trouwden op de langste dag van 1974, hielden wel de onvermijdelijke receptie en na het diner was het feest afgelopen. Vooral de bruid was en is een saai mens die zich op feestjes het liefste vermaakt met toekijken. In het middelpunt van de belangstelling staan is taboe. Daarom hadden bruid en bruidegom te kennen gegeven geen zin te hebben in sketches en andere grappenmakerij. We gingen naar huis. De volgende dag zijn we voor een dag of drie, vier op reis gegaan. Daarna riep de plicht weer.
Op Driemaaldrie kun je lezen hoe het Hans en Thérèse verging op hun mooiste dag.
Het is nog steeds niks.
Maar vandaag is mijn kleinzoon jarig. Hij wordt al weer vier. We gaan dus vrolijk verder, want hij kan er ook niks aan doen. Hij mag nu naar school en dat is een hele gebeurtenis. Er werd al maanden naar uit gekeken. Ik herinner me mijn eigen eerste schooldag nog als de dag van gisteren. Ik was daar toen echt voor het eerst. Hij is er al een keer of wat geweest. Dat doen ze tegenwoordig. Dat heet ‘wennen’.’
“Ben je naar school geweest vandaag? Was het leuk?”
“Ik ga nog niet naar school, oma. Ik ben aan het wennen.”
Vandaag zijn we nog niet van de partij. We vieren het morgen, want ook dat gaat gewoon door, maar mijn slinger hangt hier natuurlijk vandaag al.
Ik kreeg vanmorgen een naar bericht. Nee, niets met kinderen of kleinkinderen, maar toch.. Ik ben niet zo in de stemming om iets leuks te schrijven. Ik ben niet in de stemming om ook maar iets te schrijven. Laat maar ..
Lees dan maar ergens anders.
Het verhaal van Bertie op 3×3 bijvoorbeeld, dát is leuk. De link naar 3×3 staat hierboven.
Het is een beetje druk de laatste tijd. Nou ja, druk, laat ik zeggen vol. Er is elke dag wel iets. Dat is niet erg hoor, het is zelfs wel leuk, maar aan sommige dingen kom ik minder toe dan wanneer het minder vol is.
Zo was ik vrijdag een groot deel van de dag onder de pannen door me met mijn oudste broer aan de familiegeschiedenis te wijden. We zijn daar ruim twee jaar geleden ook al mee bezig geweest. Ik heb daar toen ook over geschreven. We hebben toen dozen vol oude foto’s, ansichtkaarten, eigendomspapieren, brieven en meer van dat soort dingen doorgespit en ze toen weer dichtgedaan. Daarna kwam er niets meer van, maar nu gaan we door. De inhoud van die dozen gaat gesorteerd worden. En we zijn bezig de stamboom zo ver mogelijk terug te werken. Er komt nog steeds telkens wat bij, dus het is nog steeds leuk. Eigenlijk is het zinloos te weten wie al die voorouders waren, maar dat maakt het niet minder leuk. En ach, over niet al te lange tijd zijn we zelf voorouders. We zijn er in elk geval al weer een stuk verder dan twee jaar geleden. En de portretjes op onze oude stamboomfoto kan ik mooi gebruiken op de persoonskaarten van Aldfaer, het programma waarmee we de stamboomgegevens verwerken.
Vandaag gaan we naar het mensenfeestje. De feesteling heeft ons persoonlijk uitgenodigd. “Oma, jullie mogen op mijn mensenfeestje komen. Doe je dat?”
Zo gaat dat elk jaar. Je hebt het kinderfeestje en het mensenfeestje. Het is me duidelijk, maar ik vraag er toch maar eens naar. “Op het mensenfeestje komen toch ook kinderen?” Hij schudt het hoofd en zucht om zoveel dommigheid. “Maar dat zijn ándere kinderen, niet van school enzo, begrijp je dat?” Ja, ik snap het, dat zijn kinderen die bij de mensen horen.
Het kinderfeestje was vorige week, de echte verjaardag volgende week, ‘maar dan kun je niet komen want dan zijn we op vakantie’. En zo ben je lekker vaak jarig en word je lekker drie keer zes.
Duim even mee voor droog weer, dan zitten we lekker buiten.
Ik heb het hier nooit verteld, maar we maakten onze reis naar Zuid-Afrika niet zomaar omdat dat bij ons opkwam. Het zat helemaal niet in onze planning, we hadden al lang een andere vakantiebestemming afgesproken. Maar toen kwam die trouwkaart, en de bruiloft was in Zuid-Afrika. Zoiets zet je toch aan het denken. Hoe vaak had ik al gedacht dat ik daar graag ooit eens heen wilde? Van het een kwam het ander en zo kon het gebeuren dat een flink deel van mijn familie een feest bijwoonde in Franschhoek, in de wijnstreek ten noordoosten van Kaapstad. En ja, dan blijf je er natuurlijk wel even langer, je bent er toch ..
Het trouwfeest van mijn nichtje en haar Zuid-Afrikaanse bruidegom was geweldig en de paar dagen eromheen die we en famille toeristisch doorbrachten waren reuze gezellig. Daarna ging ieder zijns weegs.
In het boeketje van de bruid zat een protea. De protea is de nationale bloem van Zuid-Afrika. We kennen hem al onder de naam suikerbossie. Alle vrouwelijke gasten kregen er ook een. Ik heb hem een dag of wat gekoesterd, maar hij werd er niet mooier op. Ze horen ook niet in een tasje achter in de auto meegesjouwd te worden. Ik heb hem opgegeven, maar ik heb nog een foto om hem niet te vergeten. Op de foto zie je mijn suikerbossie.
Ach, Inge,
straks, om 23.40 u., ben je pas dertig. Je bent nu nog jong.
En als je de horde genomen hebt, merk je: Dertig is TOP!!
Heel hartelijk gefeliciteerd!