‘Ze halen er meer uit dan ik erin stop, ‘ zei ooit een een schrijver. Ik gok nu even op Bomans, maar het kan net zo goed iemand anders geweest zijn. Het is dan ook al heel lang geleden, ik geloof dat ik toen nog op school zat. En toen wilde ik graag meegaan met deze opmerking. We deden op school heel wat aan ‘tekstverklaren’. De opmerking ging dan ook niet alleen over gedichten, als ik het me goed herinner, het ging over alle literaire uitingen. Je wilt niet weten wat ik toen allemaal aan tekst heb uitgeplozen. Met proza had ik geen moeite, ik was altijd al een lezer, maar gedichten las ik niet.
Ik had dan ook een hekel aan gedichten. Man man, wat konden ze daar moeilijk in doen. En dan dat voordragen, doorgaans op zo’n plechtige, gedragen toon. Het meest simpele zinnetje werd zo nog gezwollen taal. Vre-se-lijk. Pas als al die dramatiek in het voordragen wat minder werd, kon ik het aanhoren. Modern dichtwerk leent zich vaak ook een stuk beter voor wat lossere voordracht.
Het is nooit helemaal over gegaan. Het aantal zelfaangeschafte dichtbundels in mijn boekenkast is op een hand te tellen. Dan hou je nog vingers over. Ik ben hooguit een incidenteel gedichtenlezer, ik lees ze als ik ze tegenkom. Ik zoek er niet naar.
En toch plaats ik deze week elke dag een gedicht. Gedichtendag vind ik te mager, ik hou een gedichtenweek, met heel uiteenlopende gedichten.
Hieronder staat het gedicht van de derde dag, een oud gedicht.