met de klok mee:
-meeuwen
-Afrodisias, Turkije
-Hattebergfosse, Noorwegen
-Porta Nigra, Trier, Duitsland
-Protea (suikerbossie), Zuid-Afrika
-strand van Vrouwenpolder, Zeeland
-abseilen Gorges du Verdon, Frankrijk
-zicht op Middellandse Zee, Frankrijk
Dit zijn allemaal vakantieherinneringen. Ze zijn me stuk voor stuk dierbaar. En zo heb ik er nog veel meer.
Het was moelijk kiezen.
Het zit zo: Driemaaldrie, je weet wel van die herinneringen, zou op vakantie gaan. Dat stond ook aangekondigd bij Driemaaldrie.
Maar bij nader inzien vonden we twee maanden stilte veel te saai, te kaal, te leeg. Dat wilden we niet.
Daarom is er nu 3×3-extra.
Stuur een vakantieherinnering in de vorm van een foto (of meer herinneringen in een fotocollage). Er mag eventueel wat tekst bij, een korte toelichting van maximaal 100 woorden, maar dat hoeft niet.
De lange verhalen kun je ook sturen, graag zelfs, maar die bewaren we dan wel tot september.
Voorlopig gaan we ervan uit niet meer dan één inzending per persoon te plaatsen, eventueel met verwijzing naar je eigen weblog voor bijbehorende aanvullingen. We zijn daar niet streng mee, het gaat meer om het ‘omstebeurt’-idee. Het mag een recente foto zijn, maar een foto van tien, achttien of veertig jaar geleden is net zo welkom. Of het nu gaat om een verre vakantie, of een vakantie in de achtertuin of op het balkon, laat het zien!
De foto’s worden zonodig verkleind naar een formaat van ongeveer 600 pixels.
We zijn benieuwd hoeveel variatie jullie weten te brengen.
Soms lichtte mijn vader een tipje op van de sluier over zijn bezigheden toen hij jonger was.
Er was een wandelclub, vertelde hij, de Antilopen. En daar was hij lid van geweest.
Een wándelclub?? En daar was hij líd van??????
Het was niet zo dat onze vader een hekel had aan lopen, maar een wándelclub…???
We keken elkaar ongelovig aan. Dat was nou ook weer overdreven! Een wandelclub!!
Zo zie je maar. Je denkt dat je iemand nu wel een beetje kent, en dan komt er een wandelclub om de hoek kijken.
De Antilopen. Tssss…
De veelbetekenende stilte werd verbroken toen mijn vader verder ging.
Nou ja, hij was wel lid, maar veel gelopen had hij niet. Hij zat, zeg maar, meer in de organisatie. En er was bij elke wandelactiviteit altijd een verzorger mee, op de fiets, met een verbandtrommel achterop. En dát deed hij.
We bliezen onze verbaasd ingehouden adem uit.
Achter die club aan fietsen, dat klonk vertrouwder.
Ja, zei mijn vader met een grote grijns, hij was dan wel bij de Antilopen, maar hij was anti lopen.
Vanavond hoorde ik dat Jean Ferrat is overleden.
Ach, Jean Ferrat.., met zijn maatschappijkritiek, en met zijn prachtige teksten en zijn bronzen stemgeluid.
Het roept oude herinneringen op, aan de tijd dat ik nog grammofoonplaten cadeau kreeg compleet met verwijzing naar de tekst van een of meer liedjes op zo’n plaat. Toen verstonden we nog Frans. Ik luister nog eens naar “Que serais je sans toi’ (De tekst is van Louis Aragon), dat ook op een van die platen stond. Het voelt weer bijna als toen.
Met het kerstcircus op tv komt het weer helemaal boven. Ik droomde ervan vroeger, vooral als we weer eens naar een circus waren geweest. Aan de ringen of de rekstok op onze meisjeskamer zweefde ik als die mevrouwen in het circus. Natuurlijk kwam ik niet verder dan de dislock, de inlock de vouwhang en het vogelnestje, maar je moest ergens beginnen. In het circus was de vliegende trapeze top. Daar ging ik voor, en voor de acrobaten en de jongleurs. Dát was circus!
Niet dat ik dacht ooit zelf in een circus boven in de tent van de ene rekstok naar de andere te vliegen, het ging om het gevoel, het gevoel te zweven. De dierennummers waren ook leuk, maar de trapeze .., wat had ik dat graag gekund! Dat, én ballen met wel zeven ballen, tien bordjes draaiende houden, voor een driedubbele salto door de wip omhoog gezwiept worden, balanceren op de voeten of het hoofd van mijn mede-artiesten. Ja, dat was circus. Daar ging ik voor.
Ik merk dat er niets is veranderd. Ik kijk naar de tv en zweef mee aan de trapeze, ik draai de salto’s, ik klim in de touwen. En als de clown bezig is, ruim ik de vaatwasser in. Want dat had ik als kind ook al, bij clowns wachtte ik gewoon tot ze klaar waren. Ik vond er niks aan. Dan had ik tijd om de binnenkant van de tent goed te bekijken, te zien hoe de palen bij elkaar kwamen en het doek steunden. Ik zag dan het orkest spelen of juist pauze nemen. Ik zag hoe de voorbereidingen voor het volgende nummer werden getroffen. En dan ging het weer verder met de ballen en de kegels en de meisjes die door de lucht vlogen, de tien flikflaks achter elkaar van de acrobaten. Dát was circus!
Je ziet ze vrijwel niet meer, maar o, wat vond ik ze als kind lekker. Thuis kregen we ze niet, maar bij mijn oma prijkte er elk jaar voor alle zeven kleinkinderen een suikerbeest bij de cadeautjes. Mierzoet natuurlijk, en waarschijnlijk heel slecht voor onze gebitjes. Mmmmm…!
Elk jaar op 5 december mochten we bij opa en oma onze schoen zetten. Op 6 december waren onze schoenen gevuld. Van die zeven kleinkinderen wist alleen ik hoe dat kwam.
Ik was de oudste van die zeven. Ik wist als eerste hoe die suikerbeesten bij onze schoenen terechtkwamen. Dat was ook een beetje een probleem. Als ik liet merken dat ik niet meer geloofde, zou ik dan nog wat krijgen? En hoe kon ik het voor elkaar krijgen, dat ik van die verzameling suikerbeesten de lekkerste kreeg? De lekkerste was zo´n donkerbruine, zo´n chocoladesuikerbeest.
Ik besloot een vraag te stellen.
´Oma, denkt u dat sinterklaas weet, dat ik de bruine de lekkerste vind?´
Schrijf sinterklaas maar eens een briefje, zei oma. En dat was nieuw en ging alleen maar op voor mij, want briefjes schrijven zat er voor de anderen nog niet in. Dat briefje heb ik geschreven, en met een extra liedje voerde ik mijn geloof op.
Het hielp. De volgende dag had ik het donkerbruine suikerbeest. Ik ben er nooit achter gekomen of mijn oma nou echt knipoogde of dat ik het me verbeeldde.
Ik heb er nog een staan, een vrijwel volle fles originele vulpeninkt van Gimborn. Het is bijna een museumstuk. De doos zit er nog omheen. De prijs staat met potlood op de doos geschreven, 1,50, gulden dus.
Die fles komt nooit meer leeg.
Ik heb ze ook, en jij ook wel waarschijnlijk, van die nutteloze dingen die je je herinnert van vroeger. Ik las er hier over en bedacht wat er bij mij met enige regelmaat aan flarden kennis opkomt. Het telefoonnummer van een vriendinnetje van de lagere school, katechismusvragen compleet met het antwoord, verjaardagen van mensen die ik al tientallen jaren geleden uit het oog verloor, favoriete uitdrukkingen van leraren, Credo III, de achtste mis, fragmenten van een gedicht dat we ooit met ons drieën moesten voordragen bij een schoolfeest .. (Ah, nu komt de rest ook bij me op, een neger uit Mozambique van Remco Campert, ‘wij zullen hem al het water geven van ons drassig land ‘… De regisserende leraar schreef ons intonaties voor waar we het helemaal niet mee eens waren. Wat te doen? Meewerken en netjes doen wat ons gezegd werd, meewerken bij de repeties maar op het moment suprême doen wat wij beter vonden, of al bij de repetities de kont tegen de krib gooien? Natuurlijk ging mijn voorkeur niet uit naar het eerste, maar de andere twee waren niet van die eigenwijze types. We pasten ons aan.), hele stukken van de Duitse onregelmatige meervoudsrijtjes, en de naamvallenrijtjes natuurlijk (durch für ohne um entlang bis gegen wieder, vierde naamval), ooit een jaar latijn gehad en dingen nooit vergeten (femina feminae feminae feminam femina femina, volgens mij klopt dat). Als een ijzeren pot is het, dat geheugen, als het gaat om het bewaren van nutteloze, maar ook soms nog van pas komende oude kennis die je zo op commando kunt oplepelen.
Maar de naam van .., goh, hoe heet ie nou ook weer, gisteren nog gezien, eh…, toe nou, de man van A. …
Daar moet ik dan gewoon even op wachten, niet meer aan denken. Over een kwartier, of zo, springt die naam er zo in.
Ze waren veel leuker dan de Mobilettes en de Puchs die toen heel populair waren. Dat vond ik tenminste. Eigenlijk was de Solex de Eend onder de brommertjes. Dat vind ik tenminste achteraf. Ik ruilde hem dan ook later in voor een 2cv.
Dus toen ik laatst een hele oplegger vol Solexjes zag staan, ging mijn hart open. Ik heb heerlijke herinneringen aan mijn Solex oto uit 1962. Hij reed lekker en had een prachtig pruttelgeluid. Ruim zes jaar lang heeft het ding me heel wat kilometers pechloos vervoerd.
Gek genoeg weet ik niet meer wat ik ermee gedaan heb nadat ik mijn eerste eend kocht. Waarschijnlijk deed ik hem na een tijdje van de hand.
Ik kon het dus ook niet laten een foto te maken van die lading Solexen. De mijne stond er niet bij. Die had een bruine kappen over de motor, deze waren allemaal zwart. Maar toch… het waren Solexen.
Je kunt er ook op kon fietsen. Het is als fietsen op een te kleine fiets, maar het kan. Het waren en zijn met recht bromfietsen. En daarom, vind ik, mag ik de foto ook plaatsen in het kader van de opdracht bij Take a pic. Daar is het thema deze week ‘fietsen’.
In de doos zitten drie spaarlampen, twee stopcontactstekers met schakelaar, dingetjes om een waterkraan zuiniger te laten werken, een grote folder met energiebesparende tips en een mooi verdeelblok met bliksem- en overspanningsbeveiliging. Het is een leuk cadeau op initiatief van de gemeente, NUON en woningbouwclubs binnen de gemeente, RABObank en GGD.
De man die de energiedoos meebracht bleef een klein half uur om het huis te keuren en nuttige adviezen te geven voor ons energieverbruik.
Wat hebben we nu geleerd?
We weten nu dat de isolatie van de woning goed is, behalve die van de cv-leidingen in de kruipruimte, maar dat het behelpen daarvan alleen loont als we het zelf doen. Het inpakken van de verwarmingsbuizen aan anderen overlaten, maakt het een veel te duur grapje. We weten nu dat we hooguit nog wat kunnen halen uit het aanschaffen van zonnepanelen, maar dat de ligging van het dak zich daar niet optimaal voor leent. We weten nu dat het glas in de voordeur dubbel zou moeten zijn. Dat vermoedden we al. We weten nu, maar dat wisten we ook al, dat de cv-ketel goed is. We lezen in de folder dat een graad lager stoken X euro per jaar oplevert en ons een net zo comfortabel gevoel zou geven. Dat bestrijden wij, er zijn grenzen. Ik lees de tips en weet dat ik dat allemaal al wist.
Dóen we dat ook allemaal? Nee, dat doen we niet allemaal!
Wat gáán we nu doen?
We kruipen niet de kruipruimte in. We nemen geen zonnepanelenen, en we gaan niet lager stoken. Het glas in de voordeur zal voorlopig wel blijven zoals het is.
We zetten een van de computers op het nieuwe verdeelblok, we leggen de nieuwe spaarlampen bij de voorraad in de la, en we zullen eens kijken of die waterbespaardingen ergens op passen en zo ja of dat bevalt.
De gemeente denkt aan een gemiddelde besparing op de energiekosten van circa €200 per jaar per huishouden. Dat gaan we niet halen, zelfs niet met dubbel voordeurglas en geïsoleerde leidingen in kruipruimte.
Welke van de kerstkaarten uit de vorige post heeft nu mijn voorkeur?
Dan zou je meer van moeten weten van de achtergrond.
Waar komen die plaatjes vandaan?
Ik ga het een beetje vertellen.
De engeltjes zijn een knip- en plakwerkje van deze foto. Hij dateert van een jaar geleden toen hij figureerde in een kijkvraag. Zo’n molentje is pure nostalgie. Velen van ons kennen het en we herinneren ons dat wij dat ding vééél leuker vonden dan onze ouders. Die hadden het al snel gezien met dat getingel. De engeltjes zijn letterlijk zo plat als een dubbeltje, koperkleurig zonder glittertjes, simpel en toch eenvoudig. Ik vind ze leuk, en heel geschikt voor op mijn kerstkaart.
en de ‘young’kies ..
Je moet wel even de tijd hebben, maar dan vermaak je je ook! Ik ben er al even mee bezig en nog laaaaang niet klaar.
Je kunt het zo gek niet bedenken, muziek van 1900 tot in de jaren 60. De olieman doet weer een Fordje op, ze hebben weer holderdebolder een koe op zolder en er hangt weer een paardehoofdstel aan de muur. Cheerio, in Holland daar zie je ze zo.
Tjonge wat was het allemaal oubollig toen.
Het kan ook anders. Er is echt voor elk wat wils, van de Dutch Swing College Band tot Doris Day tot Frank Sinatra. Ze zijn er allemaal te vinden: Benny Goodman, Ella Fitzgerald, Dave Brubeck, Dinah Shore, Count Basie, Glenn Miller, de Andrew Sisters, Dean Martin, Jo Stafford en nog veel meer.
Daarnaast staan vaak mooie plaatjes. Oudere Leidenaars zullen zeker wat straatbeelden herkennen bij de foto’s van de oude trams (Die staan hier).
Je kunt het theater natuurlijk ook via de hoofdingang betreden!
Veel plezier!
(Met dank aan L., die me deze tip per email toestuurde!)
Het moet zeker veertig jaar oud zijn, en misschien nog wel meer. Zo maken ze ze niet meer. Ze zijn nu van plastic. In die plastic dingen kun je niet zo makkelijk vier spijkertjes slaan om te kunnen punniken. Daar staat tegenover dat dit garen niet erg stevig bleek. Dat kan aan de ouderdom liggen, maar het kan ook zijn dat we nu gewend zijn aan een mix met wat nylon of zo er in. In elk geval brak de draad op de machine binnen de kortste keren. Waarschijnlijk komt dit klosje nog van mijn moeder vandaan. Toen ik de deur uit ging, nam ik een klosje met wit garen, een klosje met zwart garen en een paar naalden mee voor als de nood zo hoog was dat ik het wel móest gebruiken. Ik sluit niet uit dat dit een van die klosjes is.
De associatie met punniken kwam van Pieke. Hij herkende direct het garenklosje bij kijk- 35-.
Hij was niet de enige die het klosje goed raadde. Tagrijn, Martine, Job, Ria, Jacqueline, Jeanne, Geartsje, Eveline en Xiwel zagen het ook.