Archief voor categorie “Leiden”

Het oog op de foto van gisteren bevindt zich niet in Amersfoort, Zwolle of Goes. Het is te vinden in Leiden op de Hartebrugkerk aan de Haarlemmerstraat. Leiden werd gevonden door PeterS, Gam, Marnix en Bettie, en op de valreep door Martine.
koelikerk
Onder het oog staat de tekst: “Hic domus dei est et porta coeli”, dit is het huis van god en de poort des hemels. Peter en Gam vonden ook de tekst. Peter wist zelfs dat ik er ooit over geschreven heb. Wat een geheugen heeft die jongen! Ik wist het ook nog en zocht en vond het logje, geschreven in september 2006 op mijn door serverproblemen verloren gegane weblog.
Alleen was ik nooit bang voor dat oog, zoals Peter me schrijft. Ik was kwaad over de tekst. Nou kon ik het lezen en nou stond er niks!
Dit stond er bijna drie jaar geleden:

Als de kleine Nanos en de na haar komende broertjes en zusje ’s morgens de slaapkamergordijnen op twee hoog open schoven, was dit (vanuit een iets andere hoek) deel van hun uitzicht. We groeiden op met deze mededeling en het oog dat alles in de gaten hield. Ik was vijf, ik las het en ik snapte niet wat er stond . Wat was ik boos, en daarna onzeker. Hoe kon dit nou, zulke rare woorden?

Ik wijdde toen nog een tweede een logje aan de kerk, die in de volksmond ook wel de koelikerk wordt genoemd. Allebei de namen zijn niet de officiële naam. Hoe ze op koelikerk komen is wel duidelijk, en op de rest kom ik van de week nog even terug.




Hall of Fame 2009

Wie weet waar -1- : Tagrijn en Mariette (foto Harderwijk)
Wie weet waar -2- : PeterS (foto Noordwijk)
Wie weet waar -3- : PeterS (foto Amsterdam)
Wie weet waar -4- : PeterS (foto Bergen op Zoom)
Wie weet waar -5- : PeterS (foto Nijmegen)
Wie weet waar -6- : Bettie (plattegrond Zwolle)
Wie weet waar -7- : Bettie (foto Middelburg)
Wie weet waar -8- : PeterS, Martine, Inge (foto Leerdam)
Wie weet waar -9- : PeterS, Gam, Marnix (foto Leiden)



******

Comments 2 Reacties »

en de ‘young’kies ..
Je moet wel even de tijd hebben, maar dan vermaak je je ook! Ik ben er al even mee bezig en nog laaaaang niet klaar.
Je kunt het zo gek niet bedenken, muziek van 1900 tot in de jaren 60. De olieman doet weer een Fordje op, ze hebben weer holderdebolder een koe op zolder en er hangt weer een paardehoofdstel aan de muur. Cheerio, in Holland daar zie je ze zo.
Tjonge wat was het allemaal oubollig toen.
Het kan ook anders. Er is echt voor elk wat wils, van de Dutch Swing College Band tot Doris Day tot Frank Sinatra. Ze zijn er allemaal te vinden: Benny Goodman, Ella Fitzgerald, Dave Brubeck, Dinah Shore, Count Basie, Glenn Miller, de Andrew Sisters, Dean Martin, Jo Stafford en nog veel meer.
Daarnaast staan vaak mooie plaatjes. Oudere Leidenaars zullen zeker wat straatbeelden herkennen bij de foto’s van de oude trams (Die staan hier).
Je kunt het theater natuurlijk ook via de hoofdingang betreden!
Veel plezier!

(Met dank aan L., die me deze tip per email toestuurde!)

Comments 9 Reacties »

Morgen is het 3 oktober. Dat is voor de meeste mensen een gewone dag, maar voor Leidenaars is het een bijzondere dag. Het is 3 October. Het is feest! En wat voor feest!
Er zijn al wat festiviteiten aan voorafgegaan, maar het echte feest begon vanavond. En met dat feest ben ik opgegroeid. We woonden in de binnenstad en er speelde zich heel wat af, gewoon voor onze deur.

Een vast programmapunt bij de 3 Octoberviering in Leiden is De Taptoe. Het is een belangrijk programmapunt en de taptoe vindt plaats op de vooravond van 3 October, op 2 oktober dus. (Behalve als dat een zondag is, dan houdt Leiden de taptoe op 1 oktober). Een blik op de kalender leert je, dat dat vanavond was. En op zo’n avond krijg ik een soort heimwee….

uit de Feestwijzer:

De Taptoe wordt gehouden om hulde te brengen aan Prins Willem van Oranje, Pieter Adriaensz. van der Werf (burgemeester tijden het beleg), Jan van Hout (stadssecretaris), Jan van der Does (aanvoerder van de troepen) en Louis Boisot (hoofd van de Geuzenvloot, spreek op zijn Leids uit: bojsot).
Bij het defileren langs het standbeeld van Van der Werf en het Jan van Houtmonument, waar kransen worden gelegd, wordt de verenigingen verzocht de vaandels te doen neigen en te zorgen voor een correcte houding van de deelnemers.

Ongeveer alles wat zich vereniging noemt in Leiden neemt deel aan de taptoe.
Er trekt dus een stoet van voetballertjes, korfballers, muziekverenigingen, buurtclubs en noem maar op door de stad, met fakkels , lantaarns en meestal ook hun sportattributen.
De instrumentmakersschool had vroeger altijd iets aparts in elkaar geknutseld. Daar was iedereen nieuwsgierg naar en misschien is dat nog wel zo.
De sfeer is ontspannen. Wij waren toeschouwers vanuit de ramen van ons huis.

Als wij uit school kwamen waren de voortekenen al duidelijk aanwezig. Tegenover ons huis was een pleintje en meestal verrees daar dan al een kraampje.
Wat zal het worden deze keer? Het was doorgaans een ballonnenkraam of een kraam met toeters en feesthoedjes of iets dergelijks. Er liepen ook al mensen door de stad met duidelijke verwachtingen voor wat er ging komen.

Tegen de avond kwam de familie, dat wil zeggen een paar tantes, een oom, onze twee neven en oma en opa. Beneden op straat verzamelden zich inmiddels kijkers langs de stoeprand.
Wij gingen nog even de deur uit om te kijken hoe vol het was op het pleintje waar de deelnemers zich verzamelden, een paar keer liepen we zelf ook mee. Tegen de tijd dat het spul begon waren we weer thuis en vulden alle ramen op één en twee hoog.
Ramen open. Het kon beginnen. Het was half acht, tijd voor de start.
En dan trok de taptoe voorbij. Echt geweldig vonden wij het: de muziek, al die mensen voor de deur.

Na deze doorgang vertrokken we gezamenlijk naar ‘het land’.
Het land, dat was het Schuttersveld, toen nog een van sintels voorzien groot open stuk vlak bij het station. Daar werd de kermis gehouden.

Kermis?? Volgens de feestwijzer heet het nog altijd: ‘Groot Lunapark’. En ik zie dat het tegenwoordig ook ‘Grote Taptoe’ en ‘Grote Optocht’ (Die is morgen) is.
In die tijd moest je zelfs nog toegang betalen om het terrein op te mogen.
Leden van de 3 Octobervereeniging hadden een toegangskaart, ik denk voor meer personen. Mijn vader was twee keer lid. Dat scheelde wachten in de rij bij de kaartjesverkoop. Met de hele club zwierven we de kermis over. Het was toen al een grote kermis, de enige die in Leiden gehouden werd: op de avond van 2 oktober, pas ná de start van de Taptoe en de hele dag op 3 October.
De echte Leidenaar spaarde er het hele jaar voor.
Wij kinderen vonden het allemaal geweldig natuurlijk.

En dan aten we poffertjes.
Op de Haarlemmerstraat was een zaak waar je het hele jaar door poffertjes, oliebollen enzovoort kon kopen. Ik heb nogal wat zakgeld gespaard voor oublies gevuld met slagroom. Die kostten daar vroeger een kwartje.
Het verbaasde ons nooit: Het was er altijd druk als we van de kermis kwamen, altijd was het dringen. Maar van de drie tafels met stoelen die er stonden waren er altijd minstens twee vrij en daar gingen we zitten. Pas veel later is het tot me doorgedrongen dat daar wel voor gezorgd zal zijn. We werden verwacht.
Daar zaten we dan met zijn veertienen of zoiets.
Héérlijk, die poffertjes. Verder kregen we ze nooit. Het hoort bij 3 October ( of eigenlijk 2 oktober ).

Daarna was het naar huis en naar bed.
Morgen nog een hééééééle dag feest!!!!

Tags:, , ,

Comments 11 Reacties »

Ik vroeg jullie naar de bledder, de kleine steentjes, kuisters en de jes. De laatste hebben jullie nog tegoed.

De jes was een familieschommel. Hij schommelde vaak opzij, dus van links naar rechts, maar wij noemden de van-voor-naar-achter-familieschommel ook jes. De balk waarop we zaten was van hout, de trekstangen, waar hij aan hing en de T-vormige steunen waar we ons aan vast konden houden waren van metaal.


Hier heb je de familieschommel zoals we die nu nog wel kennen. Deze gescande foto is in De Berenkuil in Nijmegen gemaakt in 1988.

In het centrum van Leiden, waar ik woonde, was geen speeltuin. Maar in andere wijken waren er wel. In een ervan kwam ik regelmatig met klasgenootjes die er vlak bij woonden. Daar was de jes.

Het was zaak de jongens met de grote mond de kans te geven de plek aan de uiteinden in te nemen. De praatjesmakers waren stom genoeg er al snel weer af te springen. Dat was stoerdoenerij, maar dan waren we van ze af en konden wíj op de uiteinden gaan staan. Want staande op die rand, met je handen aan de ophangstangen, vonden we de jes het leukst. Voorlopig kwamen die jongens er niet meer op, hoe ze ook smeekten of we wilden stoppen.
Ja, pas als wij eraf gesprongen waren, want stoer doen konden wij ook wel.

Ik heb nog een paar Leidse woorden die in ons gezin, waar Leids geen voertaal was, werden gebruikt.
Wat bedoelden we met juks? Wat is uitheiligen? En heb je enig idee wat een taddik is?

Comments 6 Reacties »

Op 17 maart schreef ik over het Leids:

We speelden met een bledder, en met kuisters. Verder was de jes heel geliefd, ..
Heb je enig idee wat ermee bedoeld werd?

Voor Tagrijn en Leidse Glibber was het gesneden koek. Logisch natuurlijk, we speelden allemaal in Leiden (Maar niet samen, en voor zover ik dat inschat ook niet tegelijkertijd).
Glibber schrijft:

Een bledder was natuurlijk een voetbal, kuisters waren duur hoor, waren grote knikkers en de yes was een van de favorieten in de speeltuin

Maar ik ben het niet helemaal met hem eens.
kuisters.jpgKuisters waren bij ons de gewone knikkers, zoals deze. Hoe groot ze ook waren, het bleven kuisters. Héél grote waren net zo goed kuisters, maar werden soms onderscheiden als ‘bonken’. De waarde van een bonk werd per sessie bepaald.

Later kwamen de knikkers met het kattenoog erin. Dat waren de beukies. Die beukies telden eerst voor twee kuisters, maar toen ze heel gewoon werden, ging dat over. Waarom ze beukies heetten is wel duidelijk, zelfs wij stadskinderen kenden beukennootjes. En daar leken die gekleurde stukjes binnenin toch op. Ook met de beukies werd gekuisterd, én met de looiers.

Oorspronkelijk waren looiers van lood, maar die heb ik nooit meegemaakt. Bij ons waren de looiers de metalen kogels uit kogellagers. De heel kleintjes uit fietsen deden niet mee, maar als ze op kuistermaat kwamen, gingen ze tellen. Looiers waren rijkdom, die wilden we allemaal wel. Hoe groter de looiers waren, voor hoe meer kuisters of beukies ze telden. Daarover werd stevig onderhandeld voor ze in het spel werden gebracht, ook of je ze echt kon winnen of dat ze werden afgekocht met gewone kuisters.

En nu zijn we er nog niet helemaal, want al zeiden wij thuis dan kuisters zoals het er staat. Om het helemaal goed te doen zeg je kùisters, met de ù uit het Franse un en een korte i erachteraan. En die i moet dan ietsje zakken in toonhoogte. Voor de r achteraan druk je je tong lichtjes tegen je verhemelte. Kùisterr.
Met kùisterrs kun je dus kùisterre.

Comments 10 Reacties »

Dit schreef ik van de week:
‘Het Leids woordenboek van Dick Wortel staat ook op internet. Ik keek er eens in rond en kwam tot een verrassende ondekking.
Daarover later.’

Ik grasduinde daar dus een beetje.
Hé, dat is leuk.
Ik keek bij het woord “steen” en kwam dit tegen:

In de uitdrukking op de kleine steentjes blijven, zich op de achtergrond houden, het bescheiden aan doen (Beets, 1901). Mogelijk nog bekend als in de kleine steentjes lopen, op een internetpagina [maart 2005].

Maart 2005, op een internetpagina ?
Het zal toch niet??
Ik heb mijn opgedoekte webstreepjelog (juli 2004-maart 2006) uit die tijd nog op mijn harde schijf gekopieerd staan. Ik zoek maart 2005 op. Ja, toen had ik een korte serie met wat Leidse woorden en uitdrukkingen die wij van huis uit kenden. “In de kleine steentje lopen” stond er ook bij. Mijn moeder gebruikte dat. Het moet mijn weblog geweest zijn in maart 2005.
Even kijken in de bronnenlijst. Het klopt, helemaal onderaan staat mijn niet meer bestaande web-log vermeld.

Ik zal wat van die Leidse stukjes herhalen.
Maar eerst eens kijken of er onder mijn bezoekers ‘vroege’ (uit 2005 dus) bezoekers zijn met een goed geheugen.
We speelden met een bledder, en met kuisters. Verder was de jes heel geliefd, maar dat woord kom ik in dit woordenboek niet tegen.

Heb je enig idee wat ermee bedoeld werd?

Comments 10 Reacties »

Gisteren kwam ik dit boekje weer eens tegen, op zoek naar iets anders in de ongeorganiseerde zooi in mijn boekenkast.
Zoals ik ooit al eens eerder schreef, werd er bij mij thuis geen Leids gesproken. We hadden niet de Leidse rrr, die meer een rrwww is.
De klanken thuis waren niet Leids, dat Leidse zingen hadden we niet, maar toch zaten de sporen erin, bleek later.
Daar kwam ik achter toen ik er weg was. Regelmatig gebruikte ik woorden of uitdrukkingen die anderen niet bleken te kennen. Die uitdrukkingen werden gebruikt thuis. In dit boekje, of in een serie artikelen over het Leids in het Leidsch dagblad, kwam ik die uitdrukkingen weer tegen. Ze blijken typisch Leids te zijn, niet zo gek met ouders die ook weer Leidse ouders hadden.
Het boekje is er een uit een serie (Taal in stad en land-reeks) waarin een aantal dialecten wordt besproken. Het enige deel dat ik van de serie heb, heeft me veel duidelijk gemaakt. Ik praat toch een klein beetje Leids. Maar de meeste woorden uit het boekje ken ik van huis uit niet.

Dit boekje over het Leids staat ook op internet. Ik keek er eens in rond en kwam tot een verrassende ontdekking.
Daarover later.

Comments 8 Reacties »

Oude schoolplaten vindt iedereen wel leuk.
Deze is op mijn lagere school uitgebreid aan de orde geweest. Dat is natuurlijk wel logisch.
Het feest vandaag heb ik alweer moeten missen.

schoolplaat Isings, Leidens ontzet
J.H. Isings, Leidens Ontzet

Ik heb een paar boekjes met oude schoolplaten. Ze kostten me ooit een habbekrats bij Kruidvat.
Het zijn prachtige platen van Jetses, Isings, Koekkoek. Ik blijf er telkens iets nieuws in zien.

Comments Geen reacties »

Het beleg dat voor Leiden zulke ernstige gevolgen had, had heel anders kunnen lopen als het stadsbestuur de stad beter had voorbereid.

Er was al een eerder beleg geweest van oktober 1573 tot maart 1574. Toen het tweede beleg begon, eind mei 1574, waren er geen nieuwe voedselvoorraden aangelegd en de stad was slecht bewapend. Daardoor was het tweede beleg veel zwaarder dan het eerste. Tijdens het beleg brak tot overmaat van ramp een pestepidemie uit.
Ondanks dit alles droeg de bevolking het stadsbestuur op handen. Lees de rest van dit artikel »

Comments Geen reacties »

De feiten:
Het is drie oktober 1574.
Leiden is al belegerd vanaf 26 mei. De bevolking krepeert. De Prins van Oranje heeft de dijken van Holland laten doorsteken. Het water verdrijft de Spanjaarden.
De bevolking kan het niet geloven.

De mythe:
Een kleine jongen, Cornelis Joppensz, sluipt naar de Lammenschans en vindt deze inderdaad verlaten. De belegeraars moeten zeer overhaast zijn vertrokken want in de schans staat nog een klaargemaakte maaltijd van wortelen, uien, vlees en pastinaken op het vuur.

De volgens de overlevering originele pot wordt bewaard in het Stedelijk Museum De Lakenhal.

eemt schapen- of kalfsvleesch,
wascht het schoon en hackt het fijn
en doet daer groen kruyt en pinksternakelen (witte wortels) of gestoofde pruymen ende sap van limoenen, oft orangen oft mengte samen,
ende stelse op ët vier en laet se sieden en deot er gingember en sucer toe en ghy sult eenen schoonen hutspot bereyden.

Géén aardappelen dus!! Die waren in Europa nog onbekend is 1574.

De tegenwoordige hutspot is heel wat anders.
Hutspotrecepten zijn er genoeg te vinden.

Ik groeide op in de Leidse binnenstad.
Mijn moeder maakte de hutspot niet met klapstuk. We aten het met draadjesvlees. Ze maakte de hutspot al klaar op de dag voor 3 oktober. Op de feestdag zelf stond de grootste pan die ze had dan uren op een kleinere pan met kokend water weer warm te worden. Het hele huis rook ernaar.

Comments 7 Reacties »