koud!

Zeker een maand zag ik haar niet, het meisje van de Donauwellen. Ik schreef al eerder over haar. Spelen kan ze niet, een paar maten Donauwellen, dat is het. Meer heb ik althans nooit van haar gehoord. Elke dag zat ze met haar accordeon onder het afdakje voor de boodschappenkarren van de supermarkt. De laatste paar weken dat ik haar zag, zat ze op het parkeerterrein aan de andere kant van de straat. ‘Zeker weggestuurd,’ dacht ik. Ik vond het wat hard. Ze zat toen tien meter verderop, wat meer in weer en wind. En daarna zat ze er al weken niet meer.
‘Hè hè, ze mag ermee stoppen, het wordt te koud,’ dacht ik.

Ik moet niet zoveel denken.
Waar ze was, was ze, maar nu is ze weer terug.
Daar zit ze weer, zonder enige beschutting aan de rand van het parkeerterrein, haar krakkemikkige klapstoeltje op de platgetrapte sneeuw. Ze heeft nu handschoenen aan en speelt haar paar maten Donauwellen.
Het is volgens de thermometer van mijn auto -5,5°, door de wind lijkt het nog een stuk kouder.

leerplicht

Ze zou best Roma kunnen zijn, dat meisje dat al weken bij de ingang van C1000 de eerste maten Donauwellen speelt.
Hebben we last van haar?
Nee.
Dus we hoeven haar en de andere Roma niet weg te sturen?
In principe niet.
In principe?
Niet dus.
Maar?
Maar we mogen wel eisen stellen.
Zoals?
Zoals dat hier wonende Roma zich houden aan de leerplicht, bijvoorbeeld.
Leerplicht?
Ja, leerplicht. Die geldt voor alle in Nederland wonende kinderen, dus ook voor Roma-kinderen.

Het blijkt dat de jongens nauwelijks en de meisje helemaal geen onderwijs meer volgen na de basisschool. Zo wordt het wel heel moeilijk om hier een bestaan op te bouwen. Als wij ons niet aan de leerplicht houden, volgen er represailles. Dat zou ook voor deze groep zo moeten zijn. Aanpakken!

En als ze dan tenminste in de tijd dat ze niet naar school gaan nog fatsoenlijk accordeon leren spelen, zou ik nog het idee hebben dat de tijd nuttig besteed is.
Gisteren dacht ik even: “Hé, dat zijn geen Donauwellen’.
Het was maar even.
Voor ik er zeker van was of het inderdaad iets anders was, en dus lang voordat ik had kunnen achterhalen, wát het dan wel was, dat anders was, waren het weer die Donauwellen,
alleen met de rechterhand, een maat of zeven, acht ….

Donauwellen

Daar zit ze weer, onder de luifel bij de ingang van de supermarkt. Ze zit op een vouwstoeltje. Haar accordeon rust op een knie. Ze speelt, lusteloos als altijd, en altijd datzelfde deuntje, zeurderig, nooit meer dan de eerste zeven, acht maten. Daarna pauzeert ze een paar tellen en dan begint het weer opnieuw, een maat of zeven, acht ….
Het duurt even, maar dan weet ik het: Donauwellen. Het is een wonder dat ik het er nog uit haal.
Af en toe prutst ze even aan een mobieltje. Er staat een rugzak naast haar stoeltje, en voor haar staat een mandje. Daar komen ze weer, die vreugdeloze zeven, acht maten Donauwellen.
Hoe oud zal ze zijn? Zestien, zeventien? Ze kan ook veertien zijn.
Als ik de super uitloop, komt ze er net naar binnen. De accordeon staat nu tegen de muur.
Ik breng mijn volle kratje naar de auto.
Als ik de kar terugbreng, is zij er ook weer.
Ze pakt de accordeon en speelt.
Donauwellen
Dat was gisteren zo, en vandaag,
misschien morgen weer, hier of ergens anders.
Donauwellen.

opera

Ik groeide op met zowel de Arbeidsvitaminen als Bach, Beethoven en Puccini. Wij kinderen hadden blokfluit-, piano- en vioollessen. Daar lag het niet aan. Het viel grotendeels goed bij mij, maar er is een muziekterrein dat bij mij nooit aansloeg, opera.
Op zondagmiddag had je het belcantoprogramma op de radio. Ik vond het vreselijk, maar ik had weinig keus. In de woonkamer was het warm en de rest van het huis was koud.
Opera heeft me ook later nooit kunnen bekoren. Mijn ouders dachten er anders over. Ze gingen er regelmatig heen. Natuurlijk waren er discussies over, maar over smaak valt niet te twisten. Ik moest het dus doen met Maria Callas en Renata Tebaldi, met Jussi Bjørling en Beniamino Gigli. En dat was niet ideaal want ik heb, als het dan toch moet, liever de lagere stemmen en helaas timmeren de sopranen en tenoren nou eenmaal het meest aan de weg in operaland. Ik pakte een boek en sloot mijn oren af, zodat ik niet de minuten durende uit volle borst klinkende aria hoorde, waarin de totaal verzwakte hoofdpersoon kennelijk nog voldoende kracht had om uitgebreid te laten weten dat hij of zij bezig was dood te gaan.
Bij veel mensen gaat het in de loop der jaren over, die gaan het mooi vinden. Ik heb dat nog niet mogen meemaken, maar misschien komt het nog.
Voor de liefhebbers en de totale klassiekhaters, voor de twijfelaars, de onwetenden en de nieuwsgierigen heb ik toch een leuk stukje opera (of is het ballet?), zelfs met een sopraan. Echt even kijken!

Jean-Philippe Rameau, Les Indes galantes, Les Sauvages

You Tube biedt ook een fragment van de toegift van deze opvoering. De enthousiast meedansende man in het zwart is de dirigent. Leuk!

le printemps

Het is nog wel fris, maar ik hou wel van lekker fris. De zon schijnt en het is steeds langer licht.
Dat was dus vanmorgen…
Maar vanmiddag werd het veel te vroeg donker en even later liepen we door de regen. En toch, het wordt beter, let maar op!
Vorig jaar plaatste ik in deze week een Frans liedje over de lente. Dat doen we nog maar eens, daar word je ook heel vrolijk van als je er geen woord van verstaat:

Elk jaar weer een ander lenteliedje? Dan kan ik nog jaren vooruit! Voorlopig elke week een lenteliedje? Dat kan ik ook jaren volhouden. Er is genoeg!

kermis

Boingboingboingboing…
We horen alleen de bassen. In hoog tempo gaat het maar door, boingboingboing, 120 bassen per minuut. We kunnen zo een disco houden in de achtertuin.
Verderop in het dorp, toch echt een flink stuk verderop, is het kermis. Ooit liepen we een stukje over een kermis in Noorwegen. Het was er rustig. Mensen genoeg toen daar, maar geen klereherriemuziek. Het geluid was beschaafd. Dat kán dus wel.
Maar hier niet.


Boingboingboingboing…
Je hóórt het niet alleen, je vóelt het ook.
Boingboingboingboing…
Zo was het gisteren.
‘s Morgens, ‘s middags en ‘s avonds.

Vandaag is het een stuk rustiger in de achtertuin.
De kermis is er nog, vandaag én morgen.
Morgen hebben de scholen hier vrij.
Morgen is de paardenmarkt, morgen is onze jaarlijkse nationale dorpsfeestdag. Ik ben jaren niet op die paardenmarkt geweest. Toch heeft het wel iets, voor een enkele keer. Misschien moet ik morgen maar weer eens even gaan kijken, met de camera, als het droog is tenminste.